() Nog slechts 1 dag


Vandaag gaat alles trager,
zelfs de regen heeft zich
tot fijn poederstof
verneveld
- schoorvoetend
uit de hemel dalend -


Ook het ontbijt gaat trager
dan op andere dagen,
werkt zich met mondjesmaat
door mijn keel,
de broodkruimels pruttelen tegen,
de koffie blijft langer gloeiend heet.


Mijn ogen zijn lomer dan de
nacht tevoren,
strijden hopeloos tegen het strijkende licht,
de zondagskrant laat zich
niet lezen,
slaat zijn eigen letters dicht.


Deze dag laat zich niet graag
bewegen, zoekt onbewogen zijn
weg door het etmaal,
door onze liefde die me uithongert,
weet ik niet of ik de lunch
nog wel haal.


Al je woorden die me dragen
draag ik in me mee
voeden alle minuten van verlangen
van nog 1 dag
en dan
leg ik me naast je neer.


#Henri A

() De sultan van de harem van de vrouwen die jij allemaal bent


Ooit was ik een eenzame wolf
op een wolk, kijkend naar beneden,
naar de kleverige vloer waar ik laatst nog op stond,
lag er een voodoopop
waar de duivel in hoont.


Een leven of 3 geleden
heb je zes talen verwekt,
(de liefde is taal nummer zeven)
zwom je door een zee
en een oceaan
tot aan de aardbeving
en als de as was gaan liggen
is Atlantis ingestort
en kon je me
ontdekken.


“Waar was je”
“Hier maar je wist het nog niet”
“Wat was ik aan het denken”
“Ik zweeg tot het moment er was”
“Kan je me dan nu bedoelen?”
“Op de plaats en de tijd die nooit nog te bewijzen valt
voel ik me nu een wolf in een roedel”


#Henri A.

() Rijpend fruit


We dekken de tafels op
We sommelieren de dagen
In een bocht door het hart
Om onze woorden uit te dragen
In gewichtloosheid, in verzengende zinnen
In letters en gebaren
Zomaar weg uit het hoofd.


Hangend om geplukt te worden
Als druiven
In de juiste volgorde
Het bloeiseizoen openprikken
Want de tijd is blozend rijp


#Henri A.

() Als ik niet meer van je zal houden


Als ik niet meer van je zal houden
is het
omdat ik vergeten zal zijn
hoe het was,


hoe het was om uit de hemel
neer te dalen
en je te toe te dekken
met een wit laken.


Als ik niet meer van je zal houden
is het
omdat ik niet meer weet
waar je bent,
waar je bent heen gegaan
nadat jouw
ziel mijn lichaam
heeft verlaten.


Als ik niet meer van je zal houden
is het
omdat de liefde heeft besloten
om op te houden om
te bestaan.


#Henri A.

() Van het opstaan tot het slapen gaan


- De ochtend - Je lichaam, de staat van bevinding, wanneer je de slaap achter je laat tijdens het ontwaken in de ochtendvroegte, tijdens het koele uur dat de zon nog maar flauw lichtrood straalt, over je bleke ontwaakgelaat, je donkere haren die nog donkerder lijken. Tijdens dit vroege moment dat het nietsdoen je meeneemt, lijkt het alsof je zweeft, naakt, onder de witte gewaden die je beschermden tegen de nacht, als een jonge arend, gevleugeld de dag tegemoet.

- De dag -  Er wacht niet veel. Het schrijven, vertalen, plannen, studeren, lezen van boeken en het begrijpen van vreemde woorden wordt even vergeten, het is de overgave aan de leegte die deze dag zijn bestemming geeft, het zinvolle niets doen waarmee je wordt gevuld, doortrokken van het licht dat zijn felle kleuren terug vindt wanneer de uren voorbij glijden. En tegen de middag, wanneer de zon haar hoogste tonen speelt, zoek je naar de spelonken van de schaduw, van de slanke cipressen die naar je wuiven, in een straat die je leidt naar het doorzichtig blauw van de Griekse zee, waar je als een Godin baadt in een roes van geluk die niets om handen heeft, je toestroomt als golven die nergens ontstaan en je meevoeren.

- De avond - En ’s avonds is er een parade in je bloedbanen die je omarmen met het soort van warmte, die je door de straten leiden, hoe ze naar je kijken, niet weten wat gedaan met je verschijning, koop je aan het kleurrijkste kraam de fijnste geuren van lavendel en jasmijn, geef je je over aan champagne en wijn, het doet je verder zwerven tot aan de zwoele avondlucht die je dronken maakt van je onbeschreven geluk, tot aan de schemerzone.

- De nacht - Dat heerlijke nietsdoen, dat slenteren door de tijd, op je hoofdkussen gelegd, de zachte geuren die je naar de nacht begeleiden, om in rust al zwevend slapen te gaan, de gloed op je huid, de laatste woorden die aan je kleven die vandaag niet uitgebroed zijn, omdat ze enkel belangrijk zijn om over je te waken. En je spreidt je als twee zachte vleugels onder het briesende laken in de duisternis, je voelt hoe je hart tot in je keel klopt, met een genot waarmee je je vanochtend aan het ochtendlicht had overgegeven: deze verrukkelijke dag sluit zich tegen je lichaam aan zoals de bleke harmonicablaadjes van een wilde orchidee.

#Henri A.

() En daarna roken wij Cubaanse sigaren


Ik strijk het licht
door je haren.
Mijn handen de horizon
van je gezicht.
Je geeft je over aan
mijn ebbevloedgebaren.
Achter onze vloedlijn gaapt
het grote niets.


Jij loopt over,
ik spoel aan,
van het wassende water,
na drie orkanen.


En daarna,
roken wij Cubaanse sigaren.


#Henri A.

() Ode aan de vrienden


Met een startschot
tussen hoofd en tenen
schiet ik me
in een nieuwe dag.
Jouw waan heb ik
meer bemind dan
het leven,
maar het ontwaken vertelt
me dat het verdriet nu
is heengegaan.


Ik ben goed op weg
om een atleet te worden,
met een glimlach in de ogen
die nooit meer zal verdwalen,
en wij, al mijn lieve vrienden,
wij vallen dan terug samen,


tot een eeuwigdurende regie,
want als ik niet zo van jullie zou genieten,
schreef ik nooit nog een woord poëzie.


#Henri A.

() Parijs


Als het waar is
dat door grote dromen
het zwaarste verlangen
wordt gebracht
dan zal ik dromen
iedere nacht.


Dan zullen de bliksems
in onze zielen slaan
worden we weggerukt
van dit aards bestaan
en drijven we ieder verder
losgeslagen van onze vormen.


We knechten ons door de nachten
nacht na nacht na nacht
en staren ons naar het leven
dat zich afspeelt onder ons
daar - ver weg -  beneden


tot ik ontwaak van de reis -


het is alsof ik dood ben dan
nu je me alleen achter laat
in de lege straten van Parijs.


#Henri A.

() Grijze stenen die wachten op regen


Ik ben vandaag met pijn opgestaan
en heb mezelf van de straat gehaald,
geschrapt uit het register van overlevenden,
het plein heeft me omver gelopen en ik ben
tussen de spleten van de kasseien verdwenen,
heb er gewacht op een nieuwe vlaag regen.


Ik heb er tegen de insecten gepraat die me
aanstaarden met grote ogen niet goed wetende
wat ze moesten aanvangen met dat grote monster,
met al de wormen die uit de openingen van
mijn hoofd dropen en traag over de straatstenen
kropen ook wachtend op een nieuwe vlaag regen.


Ik heb mezelf vervolgens in stukken gelegd, als
een glazen blok ben ik neergegaan en heb me dan
terug bij elkaar gespaard als een puzzel van duizend
stukken met bovenaan de blauwe lucht en onderaan
het zoete gras, allen gevangen tussen vier hoeken.


En ik zocht naar de plattegrond van ons, ik ben
er al honderd keer overgelopen, met mijn hoofd
en met vuile schoenen aan, maar ik vind geen
uitgang in deze verlaten stad, enkel grijze stenen
die wachten op regen en het traag spoelen van
opgeklopte hersenen in eigen nat.


En ik dacht terug aan toen ik zestien was, en twintig,
en drieëndertig, en vijfenveertig,
en ook aan al de jaren er tussen in,
en ook aan de laatste dagen en aan alle verjaardagen,
toen mijn hoofd nog kleiner was en ik nog graag
met insecten speelde, ik vroeg aan vogels of ik met
ze mee mocht vliegen naar het zuiden om naar de
zonsondergang te kijken en de winters buitenshuis
te houden voor alle avonden dat ik alleen was.


Maar nu hameren de kasseien tegen mijn hoofd, ik lig
er tussen uitgestrooid van kop tot teen en al wat
er tussenin zit ben ik ergens verloren aan de
straatstenen en morgenvroeg wanneer de stad
zich terug tot leven trekt wandelen alle forenzen
over me heen en niemand die me nog zal horen wenen.


#Henri A.

() Fietsverdriet (Column)


Ik werd plots zeer stil toen ik je me tegemoet zag fietsen, daarstraks. Mijn wijsvinger ging spontaan in de hoogte en wees onwetend naar de schuchtere twijfel in je ogen. En dat was het dan, als een druppel die voorbij gleed, tussen mijn twee handen door, geklemd rond het stuur. Ik verborg mijn gedachten in de luwte van de auto en slalomde tussen fietsende schoolkinderen plots verder naar nergens. 

Hoe lang is het nu geleden dat we elkaar in de afgrond hebben gekust? Dat je me wiste en we dachten dat daarmee het leven verder zijn gang zou gaan? Het lijkt wel een eeuwigheid plus drie dagen. Al die tijd zat in die ene druppel samen, daarstraks. 

We hebben ooit veel gezegd tegen elkaar. Maar nooit in de blessuretijd. Dan werden wonden gelikt, schrammen geheeld tegen het zweren en woorden ingeslikt. Dan waren we tegenstrevers die mekaar nog meer wantrouwden, en speelden we in onze eigen reeks. Ieder zijn champions league. Topsport van transfers en achterbakse tackles. Zonder overwinnaar. De beker tot op de bodem leeg.

Je koos voor een andere ploeg. Ik vat post op de bank, naast de zijlijn. Daar waar ik vroeger graag naar je keek en wachtte tot ik terug mocht invallen. Het rugnummer steeds terug opgepoetst. Maar ach, eigenlijk, voetbal heeft me nooit iets gezegd. Ik heb het spelletje afgezworen, opgestaan en de bank opgeplooid. Daarstraks, op de fiets, vond ik je veel eleganter. Als een prinses. Je haren in de wind, de benen ingevet. De koningin van de weg. Almaar verder weg. Al waren alle jaren daarnet. 

#Henri A.

() Mis me niet


Mis me niet
mis enkel de wijn die
de roes vooraf gaat
als we samen dronken
in het zweet baden.


Mis me niet
mis enkel het zachte beminnen
wanneer ik me los maak
en je slaapkamer verlaat.


Mis me niet
er is geen beginnen aan
mis enkel de tranen die
ik bij je achter laat.


#Henri A.

() Van op mijn bankje gezeten zag ik een gezin wandelen door de sneeuw


Een gezin wandelt sporen in de sneeuw
stapt stilzwijgend door elkaars leven
wolkjes woorden vullen de lege monden
er hangt een onwetendheid die liefde
heet om hen heen.


De kaken blozen van de koude
de lippen kleuren lichtjes paars
vier harten die samen kloppen als de
vier galopperende poten van één paard.


Ik voel de rivieren op mijn kaken
proef de bitterheid in mijn mond
vlokken dwarrelen in mijn ogen
watervallen slaan als lawines
te pletter op de witte grond.


#Henri A.

() Kanker


Soms vind ik mijn woorden niet
en denk ik: “ik ben ziek,
de kanker heeft me eindelijk te pakken”.
Maar dat is het natuurlijk niet.


Maar ik verbeeld het me graag,
hoe ik uiteindelijk zal gaan
want dat geeft me dan een reden om te huilen
want andere redenen zijn er niet.


Ik zou graag een laatste brief schrijven
aan al mijn geliefden, om hen uit te leggen
waarom ik hen heb liefgehad.
Of waarom net niet.


Om te beschrijven wie ik allemaal
heb gekust en waar ik overal heb gedoold,
welke straten en bruggen ik heb opgeblazen,
maar ik doe het niet.


Een huis waarin men ziek is
noemt men een ziekenhuis.
En door de kanker die er in huist
vind ik voor jou mijn juiste woorden niet.


#Henri A.

() 三十六 (a.k.a. de gulzige chinees)


Ik zou jou willen verorberen
zoals nummer 36 van de chinees:
gefrituurde zoetzure borsten
met currylippen van zacht kippenvlees.


Over 10 minuten ga ik jou afhalen
serveer je met een glaasje chi-wijn,
laat je als kroepoek voorzichtig kraken
en pel je zachtjes als wilde rijst.


Ik verslind je met mijn haaienvinnen
streel mijn stokjes door jouw wok
en als nagerecht zal ik jou beminnen
met een grote gulzige slok
(Baijiu)
om tot slot te beginnen
aan het schoonlikken van het lege bord.


#Henri A.

() One night stand comedy


Boven tafel lagen onze handen in elkaar
en onder tafel voerden onze benen
een verborgen paringsdans
die we zelf nog niet hadden begrepen.


We dronken sloten leeg
en trokken de dood uit onze lijven
tussen de vier muren van het café
tot we de muren waren vergeten
en wat ik me nog herinner is dat je
vroeg of ik voor altijd bij jou zou blijven.


Later op de nacht, toen ik je thuis bracht,
plantte ik mijn tanden in het gulle vlees
aan de binnenkant van je dij
en je slaakte een kreetje
kraste woorden van afscheid
diep in mijn bezwete rug.


Maar ik moest weer naar beneden,
naar het gelijkvloers,
daar waar we met mekaar
de vloer aanvegen
en het leven wordt toegedekt.
Nooit zagen we elkaar nog terug,
ik had het je nog zo gezegd.


#Henri A.

() Hondenweer

Gijmelsesteenweg
Liep over de baan
Zeer bang
Is het niet gewoon om een les over zich te krijgen
Politie gebeld
Gewond aan achterpoten?
Geen chip
Politie heeft hem mee
Er loopt nog een zwarte hond los
Die hebben we niet kunnen vangen


#Henri A.

() De week in zwart/wit


Maandag in zwart/wit

Maandag, dat is
het weekend leeg tot op de bodem, 
Maandag, dat is
een sputterende dieselmotor,
Maandag, dat is
alles wat was weer even vergeten.
Maandag, dat is
de kraag omhoog
en ramen en deuren terug gesloten.
Maandag in zwart/wit, dat is
de wekker op half zeven.


Dinsdag in zwart/wit

Dinsdag, dat is
als een teen in koud water,
Dinsdag, dat is
de eenzaamste aller dagen,
Dinsdag, dat is
de warmwaterkruik aan verkleumde voeten,
Dinsdag, dat is
niet willen,
maar wel moeten,
Dinsdag in zwart/wit, dat is
de melancholie van het verlangen.


Woensdag in zwart/wit

Woensdag, dat is
de week in het spagaat,
Woensdag, dat is
de dag tussen droom en daad,
Woensdag, dat is
het heiligdom van parttime moeders,
Woensdag, dat is
twee helften die
afscheid en voorbaat
in zich dragen,
Woensdag in zwart/wit, dat is
een schuchtere blik op de toekomst.


Donderdag in zwart/wit

Donderdag, dat is
de jongvolwassene van de week,
Donderdag, dat is 
de baard in de keel,
Donderdag, dat is
de opwarming voor de wedstrijd,
Donderdag, dat is
de slapeloze nacht
voor de schoolreis,
Donderdag in zwart/wit,
dat is rokerige jazz in oude tijden.


Vrijdag in zwart/wit

Vrijdag, dat is
de trap nemen naar de springplank,
Vrijdag, dat is
armen en benen los schudden
en de borst alvast nat maken,
Vrijdag, dat is 
de laatste dag schoolslag
vol banaliteit,
Vrijdag, in zwart/wit,
dat is nog even wachten 
om te zwemmen
in een zee van tijd.


Zaterdag in zwart/wit

Zaterdag, dat is
de dag van de ongerijmdheid,
Zaterdag, dat is
de dichtste benadering van vrijheid,
Zaterdag, dat is
de kleine vakantie van de week,
Zaterdag, dat is
de ruiker bloemen
aan de meet,
Zaterdag in zwart/wit.
dat is de volheid van het leven.


Zondag in zwart/wit

Zondag, dat is
geen dag,
Zondag, dat is
jezelf overgeven aan
één langgerekte roes,
Zondag, dat is 
een stuiptrekking
in schapenvacht,
Zondag, in zwart/wit
dat is de wederkerende strijd 
tegen de sundayblues.


#Henri A.

() De stalkster - #metoo


Ooit werd ik gestalkt. Een aparte ervaring. Alsof iemand mijn whereabouts trouw invulde en netjes klasseerde. Op datum of per noodkreet, daar ben ik nog niet uit. Steeds ging het via de postbus. Dan weer analoog, dan weer digitaal. Maar de boodschapper miste elke regelmaat, er viel geen rechte voor mee te trekken. Boerenbedrog voorwaar. Volgens mij was zij (of is het een hij?) het noorden kwijt, losgerukt van de zwaartekracht. Een ongeleid projectiel in de taal, woorden als bidprentjes, smeekbedes aan een hogere macht.
.
Spannend was het wel. Maar ook vervelend. Vooral dat. Steeds die bedelbrieven zonder afzender, een pen gedrenkt in radeloosheid zonder gezicht. En ook de meest waanzinnige geschenken. Ook dat. Zoals aalmoezen van tule, zijde en parelmoer satijn. Beugelloze stijl, zonder inhoud weliswaar. Cadeaus als welgemikte valentijnskogels.
.
Ik ging vrouwen er anders door bekijken. Gecodeerd, de ziel verscholen achter de firewall. Spiedend van achter het gordijn, wie er naar me kijkt. Hopelijk zal ze ooit van me genezen. Ze is mijn fantoompijn. Het is er niet, maar overal tegelijkertijd. Maar goed, met kanker leer je ten slotte ook leven.
.
Henri A.

() My funny valentine

My funny valentine
Sweet comic valentine
You make me smile with my heart
Your looks are laughable
Unphotographable
Yet youre my favourite work of art

.
Chet Baker


() Uitgeperst
.
Vers groen
versgeperst groen
uit de ochtenddauw.
.
In het rond
al mijn spullen
op de grond
omarmd door
ochtendblauw.
.
Niemand weet waar ik ben.
Ik ook niet.
Ook ik weet niet
waarheen of
waar ik blijf.
.
Maar jij, alsjeblief,
jij, blijf bij mij,
al was het maar vannacht.
.
Henri A
.


() Tekstballon
.
Ik wil jouw lichaam
over me spoelen en
proeven van je nat.
.
Je licht je vinger en
schrijft een woord
in de wolken tussen je benen.
.
Je proeft de regen
die uit je valt en uit mij
komt geregend.
.
Niemand weet dat jij bestaat
in dit eindeloze leven.
.
Henri A.




() De wereld weer instort

Als de kamer is gevuld
met van elk één stuk
is elke streling
een grotesk gebaar
wegen jouw haren op
mijn wang zwaarder
klinkt het in -en
uitademen almaar trager.
.
De vloer wordt
een kabbelend water
de muren een
krijtlijnen behang
boven ons
een glazen plafond
om naar de sterren
te kunnen staren.
.
Tot dat jij de kamer verlaat
de wereld weer volop praat
en instort.

Henri A.

() Zou er echt een man bestaan die elke avond twee uren naar de sterren kijkt?



Het is ochtend. Dat is het elke ochtend opnieuw. Ik leun met mijn voorhoofd tegen het raam en het raam drukt mijn neus plat. Ik sta licht gebogen, zoals een jong meisje zich naar voren buigt wanneer ze op pasafstand van een jongen staat en het bovenlichaam naar voren buigt, armen op de rug, de lippen getuit en de jongen een vluchtige kus geeft. Het is een kus die weinig innigheid in zich draagt. Dat kan ook niet anders als je je zo wankel opstelt, als je al je kwetsbaarheid in de schaal legt voor een kus. Zo sta ik daar dus, ook naar voren gebogen en mijn voorhoofd kust het raam. Het raam is koud en de koude trekt boven mijn ogen in me. Mijn adem plakt cirkels die komen en gaan. Bij het uitademen druk ik een stempel van waas op het glas, een kleine cirkel ter hoogte van mijn mond en tijdens het inademen lost de cirkel op, als vanzelf. De cirkels komen en gaan op het ritme van mijn ademhaling. 

Ik kijk over twee grote daken heen, mijn blik botst op een bomenrij links en een beboste heuvel rechts, met daartussen in twee slierten van lichten. Witte lichten links en rode lichten rechts die zich rakelings langs elkaar in tegenovergestelde richting traag voort bewegen. Het is acht uur en het schemert. De ochtendspits heeft zich al een tijdje geleden in beweging gezet. En boven dit alles, in de verte, rakelings boven de verste heuvel die de horizon aflijnt, lost het schemerblauw traag in de zon op. Dit vind ik het mooiste moment van de dag en dan is de dag nog niet echt begonnen. Het is soms frustrerend om met het hoogtepunt te beginnen en dit als eerste achter te moeten laten als je weet dat al de rest waar je nog door moet nog moet komen.

Ik vind het banaal hoe ik hier sta. De voorovergebogen pose. Ook al draagt het iets poëtisch in zich, comfortabel staan is het niet. En toch blijf ik minutenlang cirkels plakken met mijn ogen op de hemel gericht. Ik vraag me dikwijls af of dat mensen die hun handelingen zo mooi poëtisch kunnen beschrijven, die handelingen ook daadwerkelijk uitvoeren. Dat al die niet alledaagse menselijke handelingen die voor schoonheid staan en die we regelmatig in films of in verhalen uitvergroot te zien krijgen, in de dagelijkse banaliteit ook een bestaan kennen dat langer duurt dan een vluchtigheid. Ik moet toegeven dat ik erg kan genieten van de idee aan niet alledaagse menselijke handelingen die de vluchtigheid overschrijden en voor schoonheid staan. Van de idee. Maar doen? Ik las eens in een boek over een man die twee uur naar de sterren aan het kijken was. En dat deed hij bijna elke avond opnieuw, vanop zijn terras of vanachter zijn raam. Twee volle uren. Ik vind dat een mooi beeld. Een beeld dat rust in zich draagt. Maar dan vraag ik me af, wie kijkt er in godsnaam twee volle uren onafgebroken naar de sterren? Hoeveel mensen hebben er ooit al twee uren onafgebroken naar de sterren gekeken? En, dit is mijn grootste punt, wie heeft er de zelfdiscipline om twee uur aan een stuk naar de sterren te kijken? En dit dan nog elke avond.

Ik kijk veel naar de sterren. Ik ben me erg bewust dat de sterren er zijn of er net niet zijn als het bewolkt is. En als ze er zijn, kijk ik naar de sterren. Maar nooit twee uren aan een stuk. Behalve diep in de nacht, wanneer ik niets om handen heb en dan ergens zo afgelegen ben, zo ver weg van mijn dagelijks bestaan, zodat de sterren uit het zwart bijna letterlijk op me donderen. En dat is bijna nooit. Enkel dan waag ik me aan twee uren sterren kijken. Zou er echt een man bestaan die elke avond twee uren naar de sterren kijkt? Of geloven we graag dat er een man bestaat die elke avond twee uren naar de sterren kijkt omdat deze man onze eigen vluchtige blik op de sterren zoveel poëtischer maakt? Bestaat er een vrouw die op het strand staat en twee uren naar de zee kijkt en het ganse verleden dat ze in zich draagt over de golven laat meedrijven tot aan de horizon? We geloven graag in die man en in die vrouw.

De zon heeft de nacht overwonnen en het is nu klaar buiten. Het duurt alles bij mekaar nog geen vijftien minuten. Auto's doven een na een hun lichten terwijl ze ongestoord de sliert blijven voeden met almaar nieuwe schakels. Ik maak me los van het venster en wat achterblijft is een vlek waar daarnet mijn voorhoofd plakte.

Henri A. 

() Verjaardag


Het is je verjaardag vandaag
en ik ben je verjaardag weer vergeten
maar ook weer niet
 

want eigenlijk verjaar jij
elke dag in mij.

Henri A.

() Zonder titel


Nu al dagen, weken zit ik in het park
steeds op datzelfde bankje
voer ik de eenden
breek ik brood als gedachten
 

Boven mij drijf ik
als een eenzame wolk
over de besneeuwde velden
steeds tot aan het huis waar je woont.

De zon speelt een sluw spelletje
met mijn huid
brandt de lente in
een hoofd vol verlangen.

De prozac doet me staren
star staren voor me uit
naar onbeschreven dagen
die erg traag aanzetten.

Een moeder vraagt of
ik zelfmoord wil plegen 
de grond die moeder is
is onvruchtbaar gebleken.

En ook geen vader
die een spijker slaat
tussen het bot van mijn ribben
kan me open breken.

Ik leg de helft van
wie ik ben in jouw handen
de andere helft in
het dodenhuis om te sterven.

Henri A.

 

() Everybody Lies


In een pikzwarte nacht word ik dronken
de rode wijn in mijn hoofd bedrinkt zich vrolijk
helpt me om mijn nachtrust te begraven
diep in de nacht worden alle kleuren anders.
 

Ik lig in een niemandsland in niemands bed
waar dag en nacht elkaar bezetten
de gedachten liggen te rotten op het front
de eenzaamheid naar de afgrond holt.
 

Wat houdt me nog bezig
moet ik me afvragen hoe het met me gaat
het enige dat me de komende uren gijzelt
is hoe ik in de ochtend zal aankomen.


De stilte hangt in de lamp
enkel de nachtuilen galmen er doorheen
gehuld in hun oude kleren bij kaarslicht
roepen zij hun wijsheden uit het donkere bos.

Ik kan nog zoveel boeken lezen
en jij, jij kan nog zoveel talen spreken
zo lang ik mezelf maar wijs maak dat ik dichter ben
zo veel verder ben ik van je heen.

Achter deze gevel ligt het leven stil
zit ik op de hoek aan de rand van de stad
het in- en uitademen te tellen
drijvend op de stroomversnelling in de bloedbanen.


Alles is nu afscheid geworden
elke minuut, elke ademhaling is afscheid.
Weet je wat ik denk?
Achter elke gevel woont er een mens!
Zet morgen mijn schrijftafel in de zonnige velden
wanneer ik er niet meer ben.


Henri A.

() Zonder titel


Het is dit,
schrijven of dood gaan
balanceren tussen
de liefde en de haat voor
de taal
zeggen wat nooit
gezegd kan worden
achterblijven met
een leeg blad
vol woorden
die onbeduidend zijn
voor wat echt belangrijk lijkt.

Verscheur de letters
en plak ze terug aan elkaar
maak een collage
van nieuwe woorden
die hun recht opeisen
om te bestaan
zodat ik kan blijven voortbestaan
in een reeks verhalen
die ik vertel
tegen de blinde muren
van een lege kamer.

Henri A.

() Het moet maar eens stoppen met sneeuwen


Het moet maar eens stoppen met sneeuwen
en met praten
al die woorden die als vlokken
uit volle monden dwarrelen,
als spreek-druppel-parels.

Het moet maar eens stoppen met sneeuwen
en met luisteren
al die waarheden die als lawines
in mijn oren druisen,
als de-alwetendheid-van-de-dwazen.

Het moet maar eens stoppen met sneeuwen
en met al die spijt
die met de intrede van de dooi
in mij verdwijnt
zodat enkel het wit overblijft.

Henri A.

() Troost