() Hoe wij beginnen aan een nieuwe maandag
Hoe wij beginnen
aan een nieuwe maandag.
Met koffie en
brood van drie dagen oud,
met pijn aan de
mond van alle kussen die
nog aan onze lippen plakken
van de voorbije jazznacht.
Ik, met je halflange
haren spelen terwijl ik de
krant lees, jij, zwijgend
naar me staren en me met
je ogen toespreken
dat deze dag nooit voorbij zou gaan.
#HenriA
aan een nieuwe maandag.
Met koffie en
brood van drie dagen oud,
met pijn aan de
mond van alle kussen die
nog aan onze lippen plakken
van de voorbije jazznacht.
Ik, met je halflange
haren spelen terwijl ik de
krant lees, jij, zwijgend
naar me staren en me met
je ogen toespreken
dat deze dag nooit voorbij zou gaan.
#HenriA
() Golven
Aan de stille branding van de diepblauwe kustlijn
die jouw oceaan omschrijft,
daar slaapwandel ik door de nacht,
pootje badend, stap voor stap,
samen met je geur
die over me golft en me te pletter slaat.
Over mijn lippen breek je open
en proef ik dat jij het bent die als zout in me spoelt,
smaak de contouren van je lichaam dat
door mijn handen glijdt,
week ben ik door de stilte die je
in me toelaat.
Tijdens mijn slaap diepzeeduik ik in ademnood
in een plas van zweet en ijle dromen
op zoek naar een koraal onder de bodem
om me te rusten te leggen tegen de schouder
van de nacht.
En op het einde van die nacht,
ontwaak ik gedrenkt in de halve zinnen
en de halve woorden die gisteren
uit jouw mond zijn gelopen,
in mijn huid nestelen zich de sporen
van jouw vloed die in me drijft.
#HenriA
die jouw oceaan omschrijft,
daar slaapwandel ik door de nacht,
pootje badend, stap voor stap,
samen met je geur
die over me golft en me te pletter slaat.
Over mijn lippen breek je open
en proef ik dat jij het bent die als zout in me spoelt,
smaak de contouren van je lichaam dat
door mijn handen glijdt,
week ben ik door de stilte die je
in me toelaat.
Tijdens mijn slaap diepzeeduik ik in ademnood
in een plas van zweet en ijle dromen
op zoek naar een koraal onder de bodem
om me te rusten te leggen tegen de schouder
van de nacht.
En op het einde van die nacht,
ontwaak ik gedrenkt in de halve zinnen
en de halve woorden die gisteren
uit jouw mond zijn gelopen,
in mijn huid nestelen zich de sporen
van jouw vloed die in me drijft.
#HenriA
() Hap
() In de holte van jouw oksel
In de holte van jouw oksel wordt een waterloop geboren,
waar verledens rusten in sloten om altijd verder te drijven.
Uit jouw water trek ik me in rimpels, die jouw gelaat
typeren, om te zijn wie je bent.
In de stroming van jouw water drinken we de baren, is de stilte
te dragen en de wereld ver weg. Mag ik met je oksel spelen, leg ik
mijn hoofd te schuilen want jij weet wel beter. Kan ik me haven.
Sla ik mijn hand over je koude schouder.
Beadem ik in je oksel, want in je oksel zie ik het licht.
In de oksel van mijn dromen wordt een nieuwe mens geboren
die een loopje neemt met de ijle lucht.
Want waar er niets te redden valt, valt enkel een steen.
Van de molen, naar de nek, naar de bodem.
#HenriA
waar verledens rusten in sloten om altijd verder te drijven.
Uit jouw water trek ik me in rimpels, die jouw gelaat
typeren, om te zijn wie je bent.
In de stroming van jouw water drinken we de baren, is de stilte
te dragen en de wereld ver weg. Mag ik met je oksel spelen, leg ik
mijn hoofd te schuilen want jij weet wel beter. Kan ik me haven.
Sla ik mijn hand over je koude schouder.
Beadem ik in je oksel, want in je oksel zie ik het licht.
In de oksel van mijn dromen wordt een nieuwe mens geboren
die een loopje neemt met de ijle lucht.
Want waar er niets te redden valt, valt enkel een steen.
Van de molen, naar de nek, naar de bodem.
#HenriA
() Drieluik
1_Necropolis
Ik heb me gulzig tot jou genomen in vuur en in vlammengloed, waar in verzen in schetsen in hemelse hymnes een ridder een engel ontmoet. Waar letters vervliegen in Babelse talen als op een zuiders balkon, palissander begiftigt Icarus met tranen zodat ik eindelijk van jou sterven kon. Zoals woorden voor stommen verdoof ik je oren met een dodelijke zucht die je hartspier doet stollen en bloedend bedonderen uit de asgrauwe lucht. Ik heb je doen dalen je vleugels begraven op een veld van troost en van dons, waar je genoegzaam kan verdwalen in een labyrint van verhalen en weet God zij met ons. Zalf al je zonden en tragische sagen in een beeld van rood catharsis en samen met alle gestorven gewonden bezoek ik jaarlijks het engelennecropolis.
2_Proserpina in de Sagrada Familia
Als godin van de vruchtbaarheid pluk je bloemen, in een veld van rozenkransenkralen. Ze verstrooien in je onderwereld van woede en lelijkheid, waar leven en lijden zich herhalen. Uit een kloof in de schoot van de aarde begroet ik je duister verrijzen, waar je traag verdrinkt in treurnis en machteloze woordrijmen.
Geen Zeus kan bezweren deze polemische daad. Ik herhaal, geen Zeus kan bezweren hoe een gemalin weent in dit verhaal. Doorheen passiebloemen en kersenbloesemseizoenen keer je steeds maar weer. Met je vermiljoenen geloofsgeheimen, zet je de Sagrada Familia in deze stad neer.
3_Mens sana in corpore sano
En kus me, terwijl de hemel zijn kelk vult met wolken van de donkerste dagen, de sterren verdrinken in hun eigen licht van vele lichtjaren, de wereld in mijn maag vergaat wanneer jij open gaat, alleen voor mij, voor mij alleen als een boek dat zijn bladzijden traag omdraait.
Wat kan ik meer vragen dan alsjeblieft dan kus me dan!
#HenriA
() The city sunset over me
Ik ben verzonken in helikoptergedachten
die dwalen over het landschap van de stad
in de schittering van het glas en de daken
de zonsondergang een gordijn tegen de nacht.
Tussen dag en nacht, ik avonddroom,
de liefde die wij in stilte bedrijven
het scherm dat onze zachte tikken vertaalt
terwijl voorbije geliefden al lang slapen
in de armen van degenen die ze missen.
Een gelukkig uur zijn we samen
en nog een uur en nog een uur
om dan elkaar even te verlaten
in een oneindige gedachte.
Vlammen strelen de hoeken van mijn ogen
het laatste restje wind verjaagt de dag
en alle lasten die wij vroeger hadden te dragen
zijn opgebrand tot een zomerse lach.
#HenriA
die dwalen over het landschap van de stad
in de schittering van het glas en de daken
de zonsondergang een gordijn tegen de nacht.
Tussen dag en nacht, ik avonddroom,
de liefde die wij in stilte bedrijven
het scherm dat onze zachte tikken vertaalt
terwijl voorbije geliefden al lang slapen
in de armen van degenen die ze missen.
Een gelukkig uur zijn we samen
en nog een uur en nog een uur
om dan elkaar even te verlaten
in een oneindige gedachte.
Vlammen strelen de hoeken van mijn ogen
het laatste restje wind verjaagt de dag
en alle lasten die wij vroeger hadden te dragen
zijn opgebrand tot een zomerse lach.
#HenriA
() Zoute wonden
Heb jij er al eens bij stil gestaan
hoe gevoelig voelen is,
hoe gevoelig het woord
voelen proeft,
hoe gevoelig voelen is,
hoe gevoelig het woord
voelen proeft,
wanneer het
smelt in letters op lippen,
hoe het aanvoelt wanneer
voelen dooft.
Hoe vochtig voelen kan zijn,
van de schaduw rond het oog,
de tranen,
die kringen trekken in plassen
van de schaduw rond het oog,
de tranen,
die kringen trekken in plassen
het water voert,
dat mij aanvoert,
langs je aan,
hoe zout voelen kan zijn,
omdat wat ik proef,
niet meer in woorden
gaat.
#HenriA
() Nachtsporen
De dag trekt het gordijn
van de nacht open,
de ochtend strooit me
dauw in de ogen,
de maan kan gaan slapen
nu het licht traag gaat stromen
ze heeft haar werk gedaan
laat die dag nu maar komen.
Bij het opstaan trek ik opnieuw
de gedachten aan je aan
en opnieuw vraag ik mijn hart
waar je bent gebleven
want na de voorbije nacht
ben je weer verdwenen
en niemand die jou kan vinden
in al mijn lege kamers.
Ik leun met mijn voorhoofd
tegen de opkomende zon,
stamel bedompte woorden
die zich vastklampen aan het raam
ik trek mijn hoofd terug uit de wolken
om opnieuw te ontwaken
van onze nachtsporen.
#HenriA
van de nacht open,
de ochtend strooit me
dauw in de ogen,
de maan kan gaan slapen
nu het licht traag gaat stromen
ze heeft haar werk gedaan
laat die dag nu maar komen.
Bij het opstaan trek ik opnieuw
de gedachten aan je aan
en opnieuw vraag ik mijn hart
waar je bent gebleven
want na de voorbije nacht
ben je weer verdwenen
en niemand die jou kan vinden
in al mijn lege kamers.
Ik leun met mijn voorhoofd
tegen de opkomende zon,
stamel bedompte woorden
die zich vastklampen aan het raam
ik trek mijn hoofd terug uit de wolken
om opnieuw te ontwaken
van onze nachtsporen.
#HenriA
() Het kleine aaien
Het kleine aaien
of de kopstootjes met onze smalle lippen
op elkaar.
Van je lange haren maak ik een snor
terwijl je hoofd in
mijn nek ademt,
je me toefluistert dat
je geen woorden meer vindt
om je houden
nog een naam te geven.
En steeds is er weer die laatste keer
dat korte afscheid van elkaar
samen met de ondergaande zon
en het knipperen van je ogen,
het schoonvegen van je netvliezen
zodat ons beeld in de nacht kan opgaan
tot ik je de volgende keer
weer in mijn armen sluit
voor een opnieuw klein aaien.
#HenriA
of de kopstootjes met onze smalle lippen
op elkaar.
Van je lange haren maak ik een snor
terwijl je hoofd in
mijn nek ademt,
je me toefluistert dat
je geen woorden meer vindt
om je houden
nog een naam te geven.
En steeds is er weer die laatste keer
dat korte afscheid van elkaar
samen met de ondergaande zon
en het knipperen van je ogen,
het schoonvegen van je netvliezen
zodat ons beeld in de nacht kan opgaan
tot ik je de volgende keer
weer in mijn armen sluit
voor een opnieuw klein aaien.
#HenriA
() Nooit meer grillen
We komen nooit meer tezamen
de wereld drong zich tussenbeide
we zien nog steeds dezelfde sterren
maar leven verder in verschillende tijden
Ik was al aan het sterven
van toen ik je leerde kennen
je hebt me duizend keer dood gedaan
met woordeloze woorden en gifbekers
ik ben duizend keer van je verrezen
Ik heb je nu eindelijk opgeborgen
ik ben je al vergeten
want een vrouw die oprecht kan beminnen
is net aan de dood ontkomen
en verder gaan met leven
#HenriA
de wereld drong zich tussenbeide
we zien nog steeds dezelfde sterren
maar leven verder in verschillende tijden
Ik was al aan het sterven
van toen ik je leerde kennen
je hebt me duizend keer dood gedaan
met woordeloze woorden en gifbekers
ik ben duizend keer van je verrezen
Ik heb je nu eindelijk opgeborgen
ik ben je al vergeten
want een vrouw die oprecht kan beminnen
is net aan de dood ontkomen
en verder gaan met leven
#HenriA
() Ik heb veel te schrijven
Ik heb veel te schrijven, maar niets te zeggen.
Voor minder doe ik het niet.
Ik ben geen dichter, maar iemand die dicht,
ik ben geen geliefde, maar iemand die lief heeft,
ik ben geen ziener, maar iemand die ziet.
Liever doof dan blind, zodat ik niet verblind in staren
naar witte vlakken,
dan zullen mijn zeden, de geruchten, de gevechten,
mijn lusten dwarrelen, vallen.
Vandaag speel ik boom.
Een witte boom die zijn bladeren afschudt en wacht.
Wacht op de wind uit het oosten.
Om mijn takken naar
het westen te plooien.
Waaien uit, snoeven, woeien!
Want thuis is de beste
plek om te bloeien.
Hoge bomen legden me neer
om de wind te misleiden.
Gevechten zonder inhoud zijn minder zonder meer.
Waardig ga ik ten onder in het verzetten van wind,
in de gewortelde lente van ons beiden.
Proef!
In deze lente botten mijn blaren die gezeten zijn in twintig seizoenen verleden.
Ring na ring.
Jaar na jaar.
Of beter voor elke maand dat je er nu bent en wij niet waren.
Ik slecht de grenzen tussen jou en mij,
want in het huis van dit gedicht zijn er vele kamers.
#HenriA
Voor minder doe ik het niet.
Ik ben geen dichter, maar iemand die dicht,
ik ben geen geliefde, maar iemand die lief heeft,
ik ben geen ziener, maar iemand die ziet.
Liever doof dan blind, zodat ik niet verblind in staren
naar witte vlakken,
dan zullen mijn zeden, de geruchten, de gevechten,
mijn lusten dwarrelen, vallen.
Vandaag speel ik boom.
Een witte boom die zijn bladeren afschudt en wacht.
Wacht op de wind uit het oosten.
Om mijn takken naar
het westen te plooien.
Waaien uit, snoeven, woeien!
Want thuis is de beste
plek om te bloeien.
Hoge bomen legden me neer
om de wind te misleiden.
Gevechten zonder inhoud zijn minder zonder meer.
Waardig ga ik ten onder in het verzetten van wind,
in de gewortelde lente van ons beiden.
Proef!
In deze lente botten mijn blaren die gezeten zijn in twintig seizoenen verleden.
Ring na ring.
Jaar na jaar.
Of beter voor elke maand dat je er nu bent en wij niet waren.
Ik slecht de grenzen tussen jou en mij,
want in het huis van dit gedicht zijn er vele kamers.
#HenriA
() Ik geef alle planeten een nieuwe naam
De open hemel is nu het huis
waar je met me woont
bezaaid met gele kruimels
uit oneindige sterrenkamers
want sinds kort heb ik
buitenaards leven ontdekt
in de opgehoopte Melkweg
van mijn beneveld hoofd.
Alle stralen van de maan
zal ik voor je vangen
al duurt het
honderdduizend lichtjaren,
duizel ik door mijn val
van de zwaartekracht
tot een komeet die
in de kosmos ontbrandt.
Mijn mooiste verzen
zal ik voor je schrijven,
ik geef alle planeten
een nieuwe naam
[de naam van je lippen,
de naam van je ogen,
de naam van je blik,
de naam van je huid,
de naam van je geur,
de naam van je wangen,
de naam van je schouders,
de naam van je taille,
de aarde blijft de aarde]
zodat jouw hemellichaam
eeuwig zal gaan schitteren
diep
in mijn zwarte heelal.
#HenriA
() Column – Een eredoctoraat op zwarte donderdag
Aantal woorden - 286 | Leestijd: 1 min 40 sec
Vandaag - 28 februari 2019 - is het zwarte donderdag. Vergis u niet. Het heeft niets van doen met de uitslag van één of andere stembusgang. Neen. Vandaag legt Luc Janssen het bijltje er bij neer. Professioneel wel te verstaan, pensioengerechtigd als hij is. Luc Janssen in een stukje van tweehonderdzesentachtig woorden volledig omschrijven zou hem onrecht aandoen. Zo’n rijk gevulde carrière, zo’n stempel op decennia radio en muziek, zo’n taalwonder. Maar ik probeer het toch.
Ooit voedde hij haast in zijn eentje rock minnend Vlaanderen op met het radioprogramma ‘Domino’, daarna werkte Janssen voor radio VPRO en Studio Brussel. Maakte hij een zijstapje naar Canvas. En nu zwaait hij af op Radio 1. Ik leerde Luc Janssen vooral kennen als 'master of ceremony' op Rock Werchter en Pukkelpop, waar hij op geheel eigen wijze de presentatie voor zijn rekening nam. En op geheel eigen wijze mag je letterlijk nemen. Met de snedigheid van een slagersmes fileert hij de taal tot hapklare brokjes genot. Delicatessen. Een aankondiging van Luc Janssen - is het nu in de ether, op teevee of op de weide - is steeds een kolkende wervelwind van zinnen en woorden. Met spitsvondigheden, wendingen, twists, golven, schokken en soms een geut cynisme. Maar altijd trefzeker als een pijl uit een boog. Als iemand ooit de hoofdvogel in de schuttersprijskamp der Nederlandse taal zou verdienen, is hij het wel.
Luc Janssen. Man in black. Onberispelijk in smaak en in woord. Hij leerde de lage landen de afgelopen 35 jaren luisteren naar nieuwe muziek, ontwierp een nieuwe taal en nam ons mee naar plaatsen waar we nog nooit geweest waren. Ik ga hem missen op de middengolf. De Vrt heeft er een éminence grise bij. Nu rest enkel nog het eredoctoraat.
Bedankt Lux! Het ga je goed!
#HenriA
#zwartedonderdag #lucjanssen #retro #radio1
() De Mol
In parelmoeren botjes loop
je op lange benen
kattepootjes.
De jukbeenderen spits vooruit
ten oorlog, door weer en wind:
en nu stilte aub!
Je gooit hoge ogen die
priemen door mijn hoofd
op zoek naar het einde van
de horizon
en in het gele wit waar de einder
en de lucht elkaar raken, vind
je het geluk in de prille lentezon.
#HenriA
je op lange benen
kattepootjes.
De jukbeenderen spits vooruit
ten oorlog, door weer en wind:
en nu stilte aub!
Je gooit hoge ogen die
priemen door mijn hoofd
op zoek naar het einde van
de horizon
en in het gele wit waar de einder
en de lucht elkaar raken, vind
je het geluk in de prille lentezon.
#HenriA
() Sartre en de Beauvoir - De hel, dat zijn de anderen
(Brief en wederbrief)
Aantal woorden: 570 – Leestijd: 2 minuten 25 seconden
1 – Voor de optimist in jou
Ach, je bent een heel normaal geval
net of je je telefoonrekeningen betaalt
om op het eind van elke maand al je gesprekken gade te slaan
of al de berichten die je in het wild rond je slaat
je tegen jezelf kan zeggen: he, ik besta.
Jij optimist, laat mij je invloed ook eens voelen
en organiseer een tuinfeestje voor al je bloemen
nodig alle mooie mensen uit die van je houden
en die nooit tegen je durven te liegen.
Liever bedrieg je jezelf
als je achteloos slentert door de stad
wijzend naar de bloemen en de planten langs de weg
en het eik van de eikenbomen
je hart doormidden splijt
dan voel je je geraakt en opgenomen
door iets dat groter is dan de kosmos
jij vreest als geen ander het denken
maar zeggen zal je dat nooit.
Met de wijn die ik je heb gegeven
heb je de bloemen gegoten
je hebt je lippen afgeveegd
aan de kettingen die van het plafond
tot aan de vloer lopen
daar hing je goed en waardig
toen je nog wist wat overgave was.
En nu ga je ijsberen
ga je alles aan jezelf strelen
en de bloemen die niet meer willen open gaan
aan alles te denken
in het wild rond je te roepen en te slaan
je kunt alles opnieuw laten beginnen
dat geloof je zelf
je zal nooit meer rustig zijn
je zal opgaan in de schone schijn
alleen de bloemen die je gestreeld hebt
zij zijn gedoemd om
vannacht dicht te blijven.
O, en als je nog eens voorbij mij loopt
verbloem dan jezelf niet
sluit dan maar je ogen
en zie dan de herinnering als een geschenk
ik weet dat je houdt van de herinnering aan gisteren
en eergisteren
en de zeven vette jaren die je tot je nam
ze zullen het gat in je geheugen open maken
en je hoopt dat je de schemering kan verjagen
die laatste trek aan de sigaret
dat laatste glas wijn
die laatste stuiptrekking
dat laatste oneindige komen
je wil je herinneringen meester zijn.
Maar je meester zal ik altijd zijn.
2 – Antwoord van de optimist (aan de dichter)
O ja? Echt?
Als jij zegt:
'ik beveel je, ik martel en manipuleer je'
wil ik je toch maar gewoon helpen
je laten zijn wie je bent
maar ja, wie ben ik.
Het is jouw denken dat jou zo
verschrikkelijk maakt
of je niet denken
als je handen wild stuiptrekkend om zich heen slaan
alsof ze zijn afgezet
en je enkel de fantoompijnen in je wil bestrijden
je gezicht woest is en vredig alsof
je een slagveld achter je hebt
en je hart – daar is iets mee
misschien is het wel een stomvervelend boek.
Maar voor mij is het allemaal glashelder
jij bent enkel bezig met jezelf
ijverig bezig met gekwetst te zijn
al is het een zaak van staatsbelang
maar me dat te laten geloven
is niet langer meer mogelijk
als je de liefde niet mooier gestalte kan geven
leef ik wel van de twijfel.
Van de twijfel aan mezelf en van de twijfel aan jou.
Zoek ik wel koppig naar de lach op het gezicht van een kind
of naar de goedkeurende blik van een sjamaan.
Echt, liefde is jouw kanker,
jouw ongeneeslijke ziekte die jou terminaal maakt
maar je zal er niet aan sterven.
Dat heb ik al in jouw plaats gedaan.
#HenriA
() Mijn grootvader is dood
Mijn grootvader is dood
reed zijn leven te pletter
net voor hij honderd werd.
Hij had al zijn geld
opgespaard in
schoendozen vol
met kranten
en heeft zijn hoorapparaat voor
goed het zwijgen opgelegd.
Ook zijn kinderen zijn
al jaren dood.
Niet letterlijk,
bij manier van spreken.
Ze hebben mekaar de
keel dicht geknepen
toen mijn grootmoeder
jaren geleden
vergat verder te ademen
toen ze dement werd.
Vanaf morgen staat zijn huis
te koop,
zonder stromend water
en zonder een apart toilet in
een aparte badkamer.
En een goudvis heeft hij ook nooit
gehad, omdat hij zelf
niet kon zwemmen
laat staan drijven.
Dat vond hij maar niets
voor een oud-strijder.
Ik ben zijn
echte naam vergeten
die was immers niet grootvader,
net als zijn begrafenis
die nu tijdloos staat te vertoeven
in een urne
op de schouw
van mijn moeder.
#HenriA
reed zijn leven te pletter
net voor hij honderd werd.
Hij had al zijn geld
opgespaard in
schoendozen vol
met kranten
en heeft zijn hoorapparaat voor
goed het zwijgen opgelegd.
Ook zijn kinderen zijn
al jaren dood.
Niet letterlijk,
bij manier van spreken.
Ze hebben mekaar de
keel dicht geknepen
toen mijn grootmoeder
jaren geleden
vergat verder te ademen
toen ze dement werd.
Vanaf morgen staat zijn huis
te koop,
zonder stromend water
en zonder een apart toilet in
een aparte badkamer.
En een goudvis heeft hij ook nooit
gehad, omdat hij zelf
niet kon zwemmen
laat staan drijven.
Dat vond hij maar niets
voor een oud-strijder.
Ik ben zijn
echte naam vergeten
die was immers niet grootvader,
net als zijn begrafenis
die nu tijdloos staat te vertoeven
in een urne
op de schouw
van mijn moeder.
#HenriA
() Weer een dag
Noem het dag
nu de dag zijn bleek gelaat vertoont
en een maan van vuur zachtjes dooft
in de nasleep van het najaar.
Het is al middag.
En elke dag gaat het opstaan een beetje trager
hangen de schouders een beetje lager
wordt de maand almaar kouder.
Hoog boven mij, hijgen de wolken de vliegtuigen achterna
die verdwalen in de lucht en niet weten waar te landen.
Zuinig ben ik
wanneer ik de leeg gevroren slaapkamer achter me laat
en mijn gedachten spoel met het laatste water uit de tikkende kraan.
Er is zoveel laatste.
Er is zoveel jou.
En jou. En jou. En jou in elke mistige hoek van deze aarde,
in elke kreuk van weer een dag
die ik vlak strijk tegen het vallen van een nieuwe nacht.
Noem het ondergaan.
Noem het ondergaan van het laat ontwaken
tot het nog later slapen gaan.
Misschien is de najaarszon wel verdwaald
tot een klamme angst in de handen.
#HenriA
nu de dag zijn bleek gelaat vertoont
en een maan van vuur zachtjes dooft
in de nasleep van het najaar.
Het is al middag.
En elke dag gaat het opstaan een beetje trager
hangen de schouders een beetje lager
wordt de maand almaar kouder.
Hoog boven mij, hijgen de wolken de vliegtuigen achterna
die verdwalen in de lucht en niet weten waar te landen.
Zuinig ben ik
wanneer ik de leeg gevroren slaapkamer achter me laat
en mijn gedachten spoel met het laatste water uit de tikkende kraan.
Er is zoveel laatste.
Er is zoveel jou.
En jou. En jou. En jou in elke mistige hoek van deze aarde,
in elke kreuk van weer een dag
die ik vlak strijk tegen het vallen van een nieuwe nacht.
Noem het ondergaan.
Noem het ondergaan van het laat ontwaken
tot het nog later slapen gaan.
Misschien is de najaarszon wel verdwaald
tot een klamme angst in de handen.
#HenriA
() Column - Bucht van den Aldi (over Assepoester en de dictatuur van de roepende minderheid)
Aantal woorden: 478 – Leestijd: 1 minuut 45 seconden
Het is niet belangrijk wélke ideeën het meest gevolgd worden - bijvoorbeeld die van de hardste roepers - maar wélke ideeën het best de toets van de kritische rede kunnen doorstaan. Nou, als dat geen opener is voor een column. Ik ga me ver weg houden van hoog-van-de-toren-blazen-met-luide-woorden, maar graag wil ik een lans breken voor de argumentatie en voor de redelijkheid.
Neem nu het krantenartikel waar mijn oog op viel. Over de alom gevierde Britse schrijver Roald Dahl. Geestelijk vader van klassiekers als Matilda en De GVR (De Grote Vriendelijke Reus, nvdr). Tot voor kort was zijn werk verkrijgbaar bij Aldi in Australië. Ja, u leest het goed, ook in Australië is Aldi de betere boekenwinkel. Maar niet meer voor Roald. Want Roald had een vies woordje gebruikt. Het gaat namelijk om de bundel “Gruwelijke Rijmen”, waarin de legendarische auteur een leuke draai geeft aan bestaande sprookjes. De gewraakte strofe staat in een gedicht over Assepoester. In het Nederlands vraagt de prins zich af wie Assepoester is en noemt haar een “onnozele totebel”. Maar in het Engels bekt dat niet zo lekker en durft de prins de woorden “dirty slut” in de mond te nemen. En prompt verdween de titel in kwestie uit het rijk gevulde Aldi-assortiment. Een woordvoerster van de winkel liet droogjes weten dat er "een aantal reacties van klanten waren geweest over het taalgebruik". Meer concreet: enkele kwelende, militante feministen hadden via Facebook zich bij de supermarkt beklaagd. En nog meer concreet: 22 hardnekkig klagende dolle mina’s. 22!
Aanschouw hier de macht van de luid roepende minderheid. Misleidend is dan ook de toelichting van diezelfde woordvoerderster van de supermarkt: “Aldi Australië wil al onze klanten graag duidelijk maken dat we de zorgen van de gemeenschap serieus nemen.” Serieus? Het is precies omgekeerd: de gemeenschap is hier de grote verliezer. Voor de gemeenschap is Dahl niet meer verkrijgbaar!
Vanwaar dan toch die knieval voor de gekrenkten? Of het massaal slaafs volgen van die enkele harde roepers die al eens de voornaam Jean-Marie (Dedecker, nvdr) durven dragen? Het is toch altijd wat met die behoudsgezinde reactionairen. Ze beroepen zich op de valse rede en tieren er lustig op los. Met boutades, halve waarheden, angstige doembeelden en holle, verwarring zaaiende argumentaties die niet van enige kortzichtigheid zijn gespeend, de massa bespelen. En liefst nog schofferend luidkeels ook. Een klimaatprobleem? Laat me niet lachen, mijnheer. Liever het probleem ontkennen, mijnheer. Want áls je het probleem erkent, erken je meteen dat je als mens een onderdeel bent van het probleem. En dat idee kunnen sommige ego’s niet hanteren.
Met Assepoester loopt het trouwens - ook in de versie van Roald Dahl - goed af, by the way. Ze smeekt haar meter om haar te laten trouwen met een simpele pottenbakker en ze leeft nog lang en gelukkig. Ik hoop van harte hetzelfde voor Jean-Marie. En de Aldi.
#HenriA
() Valentijn
Enkel voor jou wil ik schrijven
Over de plooien van mijn woorden heen
Tot mijn vingers langzaamaan breken
In een laatste stuipend gebaar.
In jouw bijzijn ben ik eenvoudig
In jouw afwezigheid onwezenlijk klein
Als een druppel die zich diep ingraaft
In een uitgedroogde Valentijn.
Omdat je zo mooi bent heb ik je verscholen
Tussen de verlangens van mijn dromen
Verberg ik mijn splijtende hunker
In de verborgen kamer van mijn hart.
In de rechtbank wacht je op een oordeel
over onderhoudsgeld dat wordt betaald
plaats je de jaren chronologisch
in jouw smalle, donkere wachtkamer.
Maar ik plaats je in een zonovergoten landschap
Dat enkel maar in mijn hoofd bestaat
Omdat het sindsdien elke dag regent
In de afgrond die ik in me draag.
#HenriA
Over de plooien van mijn woorden heen
Tot mijn vingers langzaamaan breken
In een laatste stuipend gebaar.
In jouw bijzijn ben ik eenvoudig
In jouw afwezigheid onwezenlijk klein
Als een druppel die zich diep ingraaft
In een uitgedroogde Valentijn.
Omdat je zo mooi bent heb ik je verscholen
Tussen de verlangens van mijn dromen
Verberg ik mijn splijtende hunker
In de verborgen kamer van mijn hart.
In de rechtbank wacht je op een oordeel
over onderhoudsgeld dat wordt betaald
plaats je de jaren chronologisch
in jouw smalle, donkere wachtkamer.
Maar ik plaats je in een zonovergoten landschap
Dat enkel maar in mijn hoofd bestaat
Omdat het sindsdien elke dag regent
In de afgrond die ik in me draag.
#HenriA
() Kreupelhout
Hersenstammen groeien tot loof,
tot een bos,
tot een oerwoud in mijn hoofd.
Kap het hout!
Rooi de bomen
en de takken die tot de hemel reiken en de wolken doorboren!
De ijle lucht daarboven maakt me klinisch dood.
Snel!
Leg me aan de longen van je hart en vlucht me,
kreupelhout me in jouw warme schoot.
#HenriA
tot een bos,
tot een oerwoud in mijn hoofd.
Kap het hout!
Rooi de bomen
en de takken die tot de hemel reiken en de wolken doorboren!
De ijle lucht daarboven maakt me klinisch dood.
Snel!
Leg me aan de longen van je hart en vlucht me,
kreupelhout me in jouw warme schoot.
#HenriA
() Column - Woefwaffen
Aantal woorden: 543 – Leestijd: 2 minuten
De Belgische medemens houdt er graag een hond op na. 1.500.000 om precies te zijn. (Om van de 2.200.000 katten nog maar te zwijgen). Mensen met honden zijn dan ook een ras apart. In het leven nobele onbekenden voor mekaar. Maar o wee als ze mekaar treffen met hun viervoeter aan de lijn. (Wat wel al eens durft voor te vallen met 1,5 miljoen stuks). Dan begint het snuffelen. Eerst de honden. En dan de baasjes. Mensen die anders nooit een woord zouden uitwisselen, woefwaffen plots wat af tegen elkaar. Hoe oud is hij? En is het een hij of een zij? Amai, dat ziet me er een brave uit. Echt, een rashond? En dan – met een beetje geluk – kan het gesprek kantelen naar koetjes en kalfjes. De Tinderhond als glijmiddel. Eigen hond, schone hond!
Een hond is een dier. Daar mag je geen menselijke eigenschappen aan toedichten. Potsierlijk vind ik het. Al die hondjes met jasjes, laarsjes, strikjes en krulletjes. Maar vooraleer je me een bot naar het hoofd slingert, laat me duidelijk zijn. Ik heb het voor honden! Maar niet als ze niet aangelijnd zijn. Want dan krijg je gans andere gesprekken met hun eigenaars. Je kent het wel. Je wandelt in een bos met je geliefde, rustig keuvelend en kuierend en plots komt er een gedrocht - soms al eens vol kwijl - op je afgestormd. Het ademen stokt, het hart slaat een tik over en je nekharen schieten de lucht in. Opeens sta je volledig in het nu, de wereld verdwijnt. Er is enkel nog: hond! En voor je het goed en wel beseft mikt het beest zijn kop in je kruis, botst het tegen je schenen aan of erger nog: je ziet het huisdier een aanloop nemen om tegen je benen omhoog te gaan rijden. En als dan ook de scherpe tandjes nog eens worden ontbloot, valt het leven in het grote rustige bos helemaal stil, staart tussen de benen. In het beste geval zie je een fractie later in de verte iemand hoogrood komen aandraven die buiten adem de woorden stamelt: “Hij doet niks hoor! Niet bang zijn!”. Maar dat klopt niet! Het kwaad is al geschied. Want de angst zit er ondertussen al goed in.
Hondsdol kan ik er van worden. De neiging om de eigenaar dan iets toe te blaffen borrelt in me op, maar ik hou mijn gegrom voor me. Wat ik dan wil roepen is: “Leugenaar! Je hond doet wel iets! Hij jaagt mensen de stuipen op het lijf! En als je hem niet in de hand hebt, neem hem dan bij de hand!”. Maar in plaats daarvan doe ik… niets. Behalve dan het beest even aaien en me er dan snel vanaf maken door fors verder te stappen. Achter mijn rug hoor ik de rode ballon dan vaak gegeneerd nog iets stamelen in de zin van (net luid genoeg zodat ik het nog kan horen): “Alé zeg Max*, normaal gezien doe jij dat toch niet.” Een verontschuldigend gebaar naar hond en medemens. Ja, de honden en hun bazen. Gelukkig bijten ze zelden, maar zoals reeds gezegd: ze woefwaffen wat af! Ook met een mond vol tanden.
(*) De honden opgevoerd in deze column werden met respect behandeld bij de totstandkoming van dit verhaal.
#HenriA
() Column - Het land is moe
Lengte: 510 woorden – Leestijd: 3 minuten 10 seconden
Het zou de titel van een goed boek kunnen zijn. En dat is het ook. Van Tony Judt. De essentie in drie zinnen: ‘Er is iets fundamenteel mis met de manier waarop wij vandaag de dag leven. We weten wat de dingen kosten, maar we hebben geen idee meer waar ze vandaan komen en wat ze echt waard zijn. En dat gegeven zorgt voor een grote onverschilligheid'. Zo, dit boek hoef je al niet meer gans te lezen.
Gaandeweg zijn we de voeling met de herkomst en de waarde van onze gebruiks- en verbruiksgoederen ergens onderweg verloren. Het hedendaagse mantra is: zoveel mogelijk waar voor zo weinig mogelijk geld. En het liefst: hier en nu. Geneugten á la minute. Zonder nog echt te beseffen wie het geproduceerd heeft en waar het vandaan komt. Wat geloven we toch graag dat het ons verworven recht is dat we de 'exclusieve' eigenaar zijn van alle goederen die we bezitten. Want we hebben er toch voor betaald. Vrijheid blijheid! Maar niets is minder waar. Onze aankoop is echter het laatste schakeltje van een lange ketting. En het is net die ketting - waar we met handen en voeten aan gebonden liggen - die maakt dat we leven. En overleven. Neem nu onze dampende tas koffie bij het ontbijt. Ooit al bij stil gestaan hoeveel handen er aan te pas komen om deze godendrank op je ontbijttafel te krijgen? Denk aan de koffieboer die plant, de families die de bonen oogsten en verwerken, de sjouwer die de zakken naar de haven vervoert, de dokwerkers die de schepen laden, de kapitein en zijn matrozen die wekenlang over de oceaan drijven, de transporteurs die de koffie afleveren bij de koffiebranders. De keurders, de proevers, de inpakkers, de camionchauffeurs, de winkelbedienden, de kassadame. Ze dragen er allemaal toe bij. En dan heb ik het nog niet over hoe onze koffiezet, het lepeltje, het kopje, de fles melk, het klontje suiker en de bijhorende krant tot in onze keuken geraakt is. Duizenden handen voor ons genot. Je zou je er zowaar van in je koffie verslikken.
En dat zijn we kwijt. Dat besef van verbondenheid. Want als we er voor betaald hebben, is het van ons. En al de rest, al die moeite, al dat vakmanschap, al die toewijding enerzijds en al de bijverschijnselen, negatieve gevolgen of consequenties (denk aan: uitbuiting, vervuiling, onderbetaalde jobs, gebrek aan duurzaamheid, …) anderzijds, maakt ons dan niet meer uit. Maar als we niet meer kunnen zien dat we mekaar nodig hebben en afhankelijk zijn van mekaar, en we liever kankeren op de machinist dat de trein weer eens een paar minuten te traag rijdt, betonneren we ons in onze eigen bekrompenheid.
Samenleven is mekaar graag zien. We zullen mekaar altijd nodig hebben. We kunnen dus maar beter mild zijn. Ook voor degenen die we niet kennen bij naam. Waardering hebben voor ieders bijdrage aan het geheel. Hoe groot of hoe klein dat ook is. Ook als het al eens minder vlot loopt. En vanuit dit bewust zijn de ander iets kunnen gunnen. Of het nu gaat over de kosten en de baten van het openbaar vervoer, het onderwijs, de gezondheidszorg, de sociale zekerheid of het klimaat. Als er een besluit wordt genomen, moet de enige echte vraag zijn: wie wordt hier beter van? De bedoeling is dat het antwoord dan luidt: zoveel mogelijk mensen. Of beter nog: álle mensen. Alleen zo komen we er uit. Want met het alomtegenwoordige neoliberale marktdenken zullen we dat niet klaren. Want daar woont alleen Alexander. En ook als is het land moe, hoog tijd om te ontwaken!
() Seizoenen
Gedichtendag 2019
Wat valt er nog te beleven
Na de zeven levens
Die we samen hadden
Als het opstaan herfst is
En het slapengaan
een donkere winternacht
Als ik tegen geen mens
Nog wil vertellen
Wat heeft bestaan
Over voorbije zomers
En verwelkte
Rozenblaadjes
Over schepen en holle woorden
Over lentesappen
die niet meer stromen
Laat me dan
De seizoenen opplooien
En verder gaan
#HenriA
Wat valt er nog te beleven
Na de zeven levens
Die we samen hadden
Als het opstaan herfst is
En het slapengaan
een donkere winternacht
Als ik tegen geen mens
Nog wil vertellen
Wat heeft bestaan
Over voorbije zomers
En verwelkte
Rozenblaadjes
Over schepen en holle woorden
Over lentesappen
die niet meer stromen
Laat me dan
De seizoenen opplooien
En verder gaan
#HenriA
() Column – De sokken van Socrates (over onwetendheid)
Lengte: 492 woorden – Leestijd: 3 minuten
Je kent vast het probleem van de verdwenen sok. Die éne sok die wél uit de wasmachine komt, herinnert je eraan dat die andere sok spoorloos verdwenen is. Waar naar toe? Je zou het bij God niet weten! Maar dit is slechts het topje van de vuile wasberg. We raken immers door de jaren heen veel meer kledingstukken kwijt, alleen weten we dat niet altijd. Om de simpele reden dat een T-shirt geen sok is die ons eraan herinnert. We weten dus niet wat we allemaal missen. Maar nu komt er een veel prangender en algemener probleem: je weet ook niet wat je niet weet. En dat is een belangrijke reden waarom mensen in discussies vaak zo plat op de buik en uit de bocht gaan. Omdat ze hun onwetendheid niet weten!
Psychologen spreken in dit verband van de “onbekende onbekenden”. Iemand kan denken dat hij ergens veel vanaf weet, maar tegelijkertijd weet hij niet welke informatie hij mist. Doe gerust de test. Probeer eens om alle mogelijke huishoudelijke toepassingen van azijn op te schrijven. Neem rustig de tijd en lees dan verder. Stel dat je - na lang denken - een tiental toepassingen kunt bedenken, van het ontkalken van je huishoudapparaten tot het bereiden van een komkommersla. Is dat een goed resultaat? Je zou denken van wel, maar heb je enig idee wat je over het hoofd hebt gezien? Ah nee, want je weet het niet! Je kunt azijn immers ook als antischimmel gebruiken voor je voeten, als conditioner voor je haar, er je bril mee oppoetsen, er onkruid mee verdelgen, er insectenbeten mee verzachten en ga zo maar door. De onthutsende waarheid is dat er meer dan 500 toepassingen zijn voor azijn.
Kortom, er is veel dat je niet weet en bovendien weet je niet dat je het niet weet. Nu geeft dat niks als het gaat om azijn, maar denk eens aan de briljante lettercombinaties die je mist bij Scrabble en de kansen die je laat liggen in je werk, de onomkeerbare fouten die je maakt in je relatie of bij de opvoeding van je kinderen. Je hebt geen idee welke problemen je allemaal níet opmerkt en welke oplossingen je over het hoofd ziet. Maar ook hier, wat is het probleem? Potsierlijk wordt het pas als we ons in een maatschappelijk debat gooien met onze (beperkte) kennis ter zake en hoog van de toren blazen. Dan wordt het vermoeiend! Een verschijnsel dat we dagelijks mogen meemaken op onze tijdlijn. Of het nu gaat over het klimaat, het migratiepact of onze pensioenen. Ik zeg maar wat. Er wordt wat uit de nek gekletst dezer dagen.
En als je dan toch weet dat je te weinig weet – hoezee! - , zijn er twee mogelijkheden. Of je verdiept jezelf of je houdt je mond. Of zoals Socrates reeds 2500 jaar geleden fijntjes opmerkte: “Ik weet dat ik niets weet”. En dat weten, maakt hem meteen tot de enige echte slimste mens ter wereld. En daar had hij zelfs geen sokken voor nodig!
() Column – De halszaak
In het leven moet je je prioriteiten kennen. De hoofdzaken van de bijzaken kunnen scheiden. Het kaf van het koren. Alleen zijn die voorkeuren niet voor iedereen dezelfde. En dat is ook maar goed zo. Anders zou het leven maar monotoon en saai zijn. Stel je voor. Allemaal aan de drank. Of erger nog, allemaal aan de quinoa. In een land van grijze muizen, samen gezellig op de hort. Nee, dank u. Laat ons dan maar eigenwijs verschillend zijn in onze keuzes. Maar waar het deze aardmens erg aan ontbreekt, is het besef dat hij een aardmens is. Dat de gratie van ons bestaan niet wordt geleverd door keizer, koning of admiraal. Niet door nationalist, separatist, socialist of neo-liberaal. Maar wel door de grond waar we op staan, de lucht die we ademen, het water dat uit de hemel te pletter slaat. Door het weer en bij uitbreiding het klimaat.
Ik ga het hier niet hebben over de welles-nietes-discussie omtrent de opwarming van de aarde. Ook niet over de schandpaal of tips voor een duurzamer leven. Ik heb geen verstand van fossiele brandstoffen, elektrische wagens of kerncentrales. Neen, ik heb het over de halszaak. Dé halszaak, van oudsher een misdrijf waarvoor de doodstraf bestaat. Dus: een zeer ernstige zaak! Zo ook de verloedering van onze planeet. Met als gevolg voor ons – vergankelijke wezens: de doodstraf in het kwadraat! Niet uitgesproken door een toga, maar door "Moeder Aard". Immers, er is geen plan(eet) B. Mars komt vooralsnog niet in aanmerking. Het is hier en nu dat de klok slaat. Of je nu een canapévlaming bent of een milieusoldaat. Contextblindheid, het is de grootste kwaal des dagen.
Er valt te discussiëren over de methoden, de middelen, het doel en de klimaatheiligen. Of we moeten gaan voor vliegtuigschaamte of treintrots. Maar 1 ding staat vast: als alles verschraalt en verdampt. Wegspoelt, smelt of opbrandt. Dan is er geen reden meer tot klimaatcynisme. Dan zullen we allen in stilte vergaan. Aan navelstaarderij. Aan struisvogelitis. Waarschijnlijk met de nodige drama en spijt. En zeg dan niet: de halszaak dat is iets uit een vervlogen tijd.
#HenriA
#youthforclimate
() Column - De trein is altijd een beetje reizen.
Met deze oneliner tracht de NMBS ons al vele jaren met zijn allen op het juiste spoor te zetten. Dat is wat ik ook dacht toen ik me deze week onder een dekentje voor televisie nestelde. Al boemelend door het tv aanbod hield ik halt bij het programma Rail Away op de Evangelische Omroep. Voor de niet kenners: Rail Away is een tv-serie over markante spoorlijnen overal ter wereld. Elke aflevering wordt een traject langs een aantal bijzondere locaties afgelegd, waarbij de trein als leidraad fungeert. En plots zat ik in de trein op 3089 meter hoogte te turen naar de Zwitserse Matterhorn.
Al schokkend en schuddend werd ik 30 jaar terug geslingerd in de tijd. De tijd waarin ik elk weekend alle fuiven uit de buurt afschuimde en ’s nachts al waggelend terug het ouderlijke huis binnen sloop. Slapen zat er niet direct in, dus legde ik me languit in de zetel en stemde bijna op automatische piloot af op ARD. “Die schönsten Bahnstrecken Deutschlands”, nachtelijke uitzendingen op de Duitse TV over… treinreizen. Hypnotiserend vond ik dat! “Bahnstrecken” nam me bij de hand en voerde me mee langs desolate vlaktes en wereldsteden. Door tunnels en over bergpassen. Langs gletsjers en wereldzeeën. Zoals een konijn verdwaasd naar een lichtbak staart, staarde ik - licht beschonken - door de ogen van de machinist uit over de kilometers lange sporen en al het opdoemende natuurschoon. Geen vervelende voice-over, geen lachband, geen commentaren, geen achtergrondmuziek. Enkel het zoemen van de trein over de sporen, het kraken van de wielen over de wissels, het nu en dan piepen van een signaal in de verte en de eindeloze stroom van beelden die de huiskamer in rijdt.
Al schokkend en schuddend werd ik 30 jaar terug geslingerd in de tijd. De tijd waarin ik elk weekend alle fuiven uit de buurt afschuimde en ’s nachts al waggelend terug het ouderlijke huis binnen sloop. Slapen zat er niet direct in, dus legde ik me languit in de zetel en stemde bijna op automatische piloot af op ARD. “Die schönsten Bahnstrecken Deutschlands”, nachtelijke uitzendingen op de Duitse TV over… treinreizen. Hypnotiserend vond ik dat! “Bahnstrecken” nam me bij de hand en voerde me mee langs desolate vlaktes en wereldsteden. Door tunnels en over bergpassen. Langs gletsjers en wereldzeeën. Zoals een konijn verdwaasd naar een lichtbak staart, staarde ik - licht beschonken - door de ogen van de machinist uit over de kilometers lange sporen en al het opdoemende natuurschoon. Geen vervelende voice-over, geen lachband, geen commentaren, geen achtergrondmuziek. Enkel het zoemen van de trein over de sporen, het kraken van de wielen over de wissels, het nu en dan piepen van een signaal in de verte en de eindeloze stroom van beelden die de huiskamer in rijdt.
Ik mis het wel. De jeugdigheid met z’n fuiven, het ouderlijk huis, de nachtelijke treinreizen en de geïrriteerde moeder die me tegen de ochtend komt wekken in de zetel, wanneer de dag begint te gloren en de tv staat te fluiten op het testbeeld. Laat ons voorbijgangers zijn. Laat ons nergens zijn. Zonder bestemming maar in eeuwige staat van onderweg-zijn.
#HenriA
() Winkelstraten
(Maastricht - kerstperiode)
Dag andere, dag mens, wandelend met jezelf,
we hoeven elkaar niet echt te kennen om te scheiden,
gewoon mekaar passeren in een te drukke straat,
in een ogenblik - tussen onze levens in - dat voorbij raast.
We kennen geen vrees voor elkaar en hoeven
elkaar ook niet te beminnen omdat onze angst
en onze liefde in onze stappen zit, die na onze
korte ontmoetingen met onszelf verder gaan.
We hoeven mekaar ook niets te verwijten,
vreemdelingen passeren mekaar voortdurend
in de leegte van het voorbij gaan, wandelen
almaar verder van elkaar weg in eenzaamheid.
En toch, we zijn geen vreemden meer voor
elkaar, geen schaduwen meer aan elkaars ruggen,
hoogstens zijn we onvindbaar na het voorbij
gaan en wordt de toekomst onze herinnering.
#HenriA
() IJssterren
Denk aan.
Hoe de dagen met pulp aan elkaar hingen
De sponningen van het bed
Voortdurend langs de plankenvloer kraakten
De voortdurende honger
De ijssterren tegen het venster
Onze hoofden gedoofd in de vlammen van de haard
Sta op
Nu
En wacht niet tot later.
Tot dat de kieren geen kieren meer zijn
Alles is dichtgesmeerd
En alle tocht uit de spleten is verdwenen
Tot het verder gaan zijn eigen weg volgt
En de hoek de hoek omduikt
Kom terug.
Waar ook jij wil zijn.
Waar woorden zijn opgehangen
Als gordijnen van velours
Rood en bestoft
Afgelijnd met grote en kleine gebaren
Stom en doof.
De stilte lekt hier
Uit de ramen
#HenriA
Hoe de dagen met pulp aan elkaar hingen
De sponningen van het bed
Voortdurend langs de plankenvloer kraakten
De voortdurende honger
De ijssterren tegen het venster
Onze hoofden gedoofd in de vlammen van de haard
Sta op
Nu
En wacht niet tot later.
Tot dat de kieren geen kieren meer zijn
Alles is dichtgesmeerd
En alle tocht uit de spleten is verdwenen
Tot het verder gaan zijn eigen weg volgt
En de hoek de hoek omduikt
Kom terug.
Waar ook jij wil zijn.
Waar woorden zijn opgehangen
Als gordijnen van velours
Rood en bestoft
Afgelijnd met grote en kleine gebaren
Stom en doof.
De stilte lekt hier
Uit de ramen
#HenriA
() Doel
Op een dag zullen we
doorzichtig zijn
omdat we niet voorzichtig genoeg
waren met elkaar.
doorzichtig zijn
omdat we niet voorzichtig genoeg
waren met elkaar.
We rookten koolstof als
verse sigaren dronken
al het zoets uit de aarde
aten net niet mekaar.
verse sigaren dronken
al het zoets uit de aarde
aten net niet mekaar.
Er waren geen grenzen meer
niet in onze hoofden niet
tussen continenten met onze
vuile schoenen aan
liepen we uiteindelijk verloren.
niet in onze hoofden niet
tussen continenten met onze
vuile schoenen aan
liepen we uiteindelijk verloren.
Nu het water aan de lippen
de zon almaar heter gaat
zullen we uitdrogen en
overstromen doorzichtig
smelten van overdaad.
de zon almaar heter gaat
zullen we uitdrogen en
overstromen doorzichtig
smelten van overdaad.
() Weer een oorlog voorbij
Weer een liefde voorbij
weer een huis als bouwval
op zijn laatste fundamenten,
een puinhoop om in te wonen.
Een oorlogsstraat met gevels
vol kogelgaten, hoor de
wenende weduwen, verscholen
achter de kapotgeschoten ramen.
Weer een liefde voorbij,
weer een oorlog die
we hebben verloren.
Nu er op dit schiereiland
niets meer te rapen valt,
trekt het leger plunderend voort.
#Henri A.
weer een huis als bouwval
op zijn laatste fundamenten,
een puinhoop om in te wonen.
Een oorlogsstraat met gevels
vol kogelgaten, hoor de
wenende weduwen, verscholen
achter de kapotgeschoten ramen.
Weer een liefde voorbij,
weer een oorlog die
we hebben verloren.
Nu er op dit schiereiland
niets meer te rapen valt,
trekt het leger plunderend voort.
#Henri A.
() Grafstuk
Het is al Allerheiligen
en ik moet nog gaan slapen,
samen met alle doden ten ruste,
in een eindeloze uitvaart.
In de luwte van
de eerste novemberschaduw
haakt de mist aan me
als een lijkbleek laken,
in de hoeken van wolkjes adem
trek ik mijn eerste koude aan.
Straks na het slapen en het ontwaken,
breng ik je chrysanten, getooid
in aardewerk en zilver crêpepapier
en in de verpakte stilte tussen
het knipperen van mijn ogen,
leg ik mijn monochrome woorden
tegen het verdriet van het verlies.
#Henri A.
Roland Rens - NU
() Herfst (2)
In.
De wolken zijn grijs, de wind is rood,
de maan een koperen hoofd
in een witte sluiernevel,
een leeggeroofde sterrenhemel.
De herfst.
De herfst is een gewelddadig oord,
bladeren vallen als hoofden naar beneden,
weldra zal ik jou vermoorden
in de schaduw van de najaarsschemer.
Bloeien.
Of jij mij, iemand zal er bloeien.
Ik. Ja ik zal wachten tot je valt
uit het zwart van de nacht
van dit zeezieke seizoen.
Mijn tranen.
Ontvouw de zeilen, hemelsbreed,
bevaar de donkere, onzekere oceanen,
in een nachtblinde razernij
zullen bliksems over je tranen.
Rood.
Ik. Ja ik. Sterven doe ik sowieso.
Bespaar me dus het korten van jouw dagen
van jouw najaarszon in mijn hoofd, want
in de herfst bloeien mijn tranen rood.
#Henri A.
() Herfst (1)
Hoor de mensen klagen
Nu ze de wolken en de regen moeten dragen
Omdat de lucht zwaar drukt
Op onze verschrompelde schouders
Als Tristan van Isolde
In herfst van de bestormingen
Zij, die sterft aan haar verwondingen
In een verschraalde zomerzon
Ik trek mijn huid uit
En vervel tot een cocon
Ik kan je niet opnieuw openen
Mijn beeldspraak laat je niet gaan
Jouw natte mond is mijn enige compagnon
Langs het krakend hout, de zigzaggende bladeren.
#Henri A
Nu ze de wolken en de regen moeten dragen
Omdat de lucht zwaar drukt
Op onze verschrompelde schouders
Als Tristan van Isolde
In herfst van de bestormingen
Zij, die sterft aan haar verwondingen
In een verschraalde zomerzon
Ik trek mijn huid uit
En vervel tot een cocon
Ik kan je niet opnieuw openen
Mijn beeldspraak laat je niet gaan
Jouw natte mond is mijn enige compagnon
Langs het krakend hout, de zigzaggende bladeren.
#Henri A
() De stille revolutie
Hoe woorden zich almaar blijven herhalen in een stille democratie, die brokken lijmen alsof het scherven waren van dure vazen. In lagen, gesponnen van het fijnste rag, voorzichtig rollend van de tong om in een web van plooien te verdwijnen. Neem nu, pakweg, de schommelstoel in de hoek van de woonkamer, hoe lang die al wacht. Of het bed met zijn mooiste linnen, onbeslapen, het servies met een vuile rand. Alle kruimels in de uitgeleefde kamer, de sleutel op de deur, aan de binnenkant.
Ik weet wat je gaat vragen, wat heeft zij wat ik niet heb of niet kan geven, heeft het te maken met de stand van de ogen of het leven? Kan ik dat als reden geven? Dat het staatsbestel enkel wankelt door een aanstormende revolutie, waarin de onderdrukking zijn weg naar buiten zoekt. Weg van de afgesloten kamer, van de weerklank van sluimerend verdriet? Ik weet het niet, er bestaan geen sluitende antwoorden meer in een verscheurde democratie.
#Henri A.
() Laatste hoofdstuk van een lang verhaal dat eindigt op een vage herinnering aan een vruchtbare periode die nu de ijstijd heet
Als volleerd blaas ik een kus van glas in je mond als een blazer die in dromen van marmer zijn aambeelden slaat in de lippen en de lege holte waarin ik jouloos verscholen zit als was het een baarmoeder die talloze daden en verhalen baart en de nageboorte van onze liefde verslond.
En ik fluister in termen van beaufort mijn woorden tussen jouw geplooide haren die jouw hoofd tooien in de sterren vastgeklonken als brandende lokken die jouw gezicht in twee schuine delen delen als een keerkring die stil zijn weg zoekt en weet ik niet wat kiezen als de gebroken naald van een kompas waarin je verloren loopt.
En ik zink met tranen in jouw mond en verslik me in de leugen die me opgespeld wordt en als een verpletterend vuurwerk de sterren stuk slaat klaterend uit de gouden hemel de verzengende nacht die geen kleur in zich draagt geen verlangen geen hoop enkel het verdrinkende lijf van bleke huid en zingende onweerslucht.
Onttrek de zuurstof uit de flessenhals waar ik verloren gelopen ben als een lange file van stapvoets ademen en stroomstoot van lucht die warm en koud blaast maar vooral bevriest en ijssterren plakt zo koud en kil aan de binnenkant van het hart dat alles wat gedaan is lijkt op een honderdjarige oorlogsstrijd.
Ik schonk mijn naam in kleine teugen aan jou traag zonder dat je het gewaar werd zoals de zon in de lente flauwe vuurstalen aan ons geeft voor ons alleen lijkt er dan zon maar tuimelt ze op de aarde uit de lucht van as en is er niet meer dan een vage herinnering aan een vruchtbare periode die nu de ijstijd heet.
#Henri A.
() Onze Held
Het tijdsgewricht heeft de tijd gewrikt,
als losgeld, door zijn rafelende vezelhand
met gaten, hij is de koning van pijn en
zijn meisje, die om de beurten gelukkig zijn.
Het is traag aanleggen aan land, met vallen
en opstaan leerde hij varen om de wonderen
van de natuur heen, zodat hij zichzelf volledig
vergat, slovend tussen de benen van de dageraden.
Ooit had hij zijn eigen koninkrijk, onze held,
zoals alle helden in zelfverzonnen verhalen
hun eigen held zijn, aan zilverlingen en glinsters
in de vermoeide ogen was er geen gebrek,
tenzij een spraakgebrek, toen iedere echo een
andere stem had en woorden zich verscholen
achter bolle kaken om voor elkaar hetgeen
dat ze nooit zouden bepraten te hamsteren.
In formaliteiten heeft hij zijn leven vastgelegd,
onze held, zoals het protocol dat van hem
verwacht, hoeveel tikken van het hart, hoeveel
schrammen op de ziel, het staat allemaal in
de sterren geschreven.
En na zijn dood schenkt hij zijn grote boek
aan zijn resterende onderdanen in vellen
van goud papier, waarop ieder zijn tranen zal
te rusten leggen als ze naar de hemel kijken.
#Henri A.
als losgeld, door zijn rafelende vezelhand
met gaten, hij is de koning van pijn en
zijn meisje, die om de beurten gelukkig zijn.
Het is traag aanleggen aan land, met vallen
en opstaan leerde hij varen om de wonderen
van de natuur heen, zodat hij zichzelf volledig
vergat, slovend tussen de benen van de dageraden.
Ooit had hij zijn eigen koninkrijk, onze held,
zoals alle helden in zelfverzonnen verhalen
hun eigen held zijn, aan zilverlingen en glinsters
in de vermoeide ogen was er geen gebrek,
tenzij een spraakgebrek, toen iedere echo een
andere stem had en woorden zich verscholen
achter bolle kaken om voor elkaar hetgeen
dat ze nooit zouden bepraten te hamsteren.
In formaliteiten heeft hij zijn leven vastgelegd,
onze held, zoals het protocol dat van hem
verwacht, hoeveel tikken van het hart, hoeveel
schrammen op de ziel, het staat allemaal in
de sterren geschreven.
En na zijn dood schenkt hij zijn grote boek
aan zijn resterende onderdanen in vellen
van goud papier, waarop ieder zijn tranen zal
te rusten leggen als ze naar de hemel kijken.
#Henri A.
() Zonsondergang in het oosten
Doe de gordijnen naar beneden
en verberg al je geheimen
nu het leed is geleden
en de dag is uitgefeest.
Ontknoop je lange haren
bevrijd je fluwelen voeten
hang je kleedje aan de haak
en hul je in omfloerst naakt.
Verlaat stil de stad
en droog je zoute tranen
hoor de honden blaffen
die zwerven op de straat.
Het feest is nu voorbij
stop het huilen naar de maan
luister naar de wolven in je hoofd
luister naar de toon van je hart.
Vergeet nooit het oude wijsje
van toen we afgelegen waren
het leven een lege pagina
en de wereld monotoon grijs.
Wil je me geloven
als ik je beloof vandaag
dat morgen de zon
in het oosten ondergaat.
#Henri A.
() Thuis komen
Je legt je lippen op mijn schouder
die warmte in me trillen,
zonzacht gefluister
in de luwte van mijn hals,
je sijpelt zuchtend traag mijn
koele holtes binnen,
blaast woorden over me heen, die ik niet versta.
Ik weef nagellijnen in je smyrnabillen
maak een tapijt van je uitgeplooide lijf,
ik kus de figuren die jouw huid omringen
en van lieverlee, schrijf jij in mij
jouw klare taal, die ik almaar beter begrijp,
we suizen van oor tot oor, zweten de kamer uit,
ademen kleuren op een pallet tot we hoorbaar vermengen.
Ogen slaan neer als ik rillend in je ontwaak,
en wanneer jij jezelf geruisloos in de luwte buiten draagt,
wordt het hier binnen koud en windstil.
Het heeft geen zin, zelfs geen half woord, dat ik wacht.
Als je weg bent, komt niemand nog thuis, vannacht.
#Henri A.
() Cadeautjesverslaafd
Als we mekaar uitpakken
na het praten,
wordt het stil.
Sterven onze woorden,
in elkaar.
En keer op keer is het als
een nieuw geschenk,
waar we als kleine kinderen
gulzig naar grijpen,
van o’s en a’s vergezeld.
We schenken parfum
van de zachtste geuren,
we smaken elkaar als de
zoetste chocola,
we schitteren als de
helderste juwelen,
het post-grunge-tijdperk
onze taal.
En we blijven geven
omdat we
graag overladen.
We hebben een geschiedenis,
maar geen verleden.
Het is geen keuze,
we zijn
cadeautjesverslaafd.
#Henri A.
() Doe me
Doe me en schreeuw me
sprakeloos uit, roep me
toe
met oorverdovende geluiden
sprakeloos uit, roep me
toe
met oorverdovende geluiden
vertaal me hoe jouw lichaam
praat in geluidsloze klanken.
Zeg me en leg me woordeloos uit
hoe je me opnieuw buit maakt en
hoe je me opnieuw buit maakt en
doet duizelen, spreek mij luid
en monddood aan, help me
jou te ademen.
Henri A.
() Spijkerbed
Ik laat de deur op een kier
om je licht op te vangen kom
je de trap opgestapt je kleren
in een pad tot enkel jezelf
nog om het lijf.
Je hebt een sleutel meegebracht
zoals ik je heb gevraagd en sluit
ons op tussen de randen van het
bed in een traagheid die moeilijk
is om dragen.
Je wil dat ik je vader ben en ik
maak van jou mijn moeder
we zoeken mekaar af tot in
onze vingertoppen en blijven
haken in elkaars lijf.
We bedenken twee levens
en omarmen ze schouder aan
schouder naast elkaar
tot een onbewoond eiland dat
nog door niemand is ontdekt.
Hier zijn er geen dagen meer
te bespeuren geen eenzame
nachten die ons aan banden
leggen hier heeft geen mens
ooit al voet aan wal gezet.
Hier is er niets dan enkel
twee ademende mensen
die mekaar uitblazen
die van een onbewoond eiland
een spijkerbed maken voor elkaar.
#Henri A
om je licht op te vangen kom
je de trap opgestapt je kleren
in een pad tot enkel jezelf
nog om het lijf.
Je hebt een sleutel meegebracht
zoals ik je heb gevraagd en sluit
ons op tussen de randen van het
bed in een traagheid die moeilijk
is om dragen.
Je wil dat ik je vader ben en ik
maak van jou mijn moeder
we zoeken mekaar af tot in
onze vingertoppen en blijven
haken in elkaars lijf.
We bedenken twee levens
en omarmen ze schouder aan
schouder naast elkaar
tot een onbewoond eiland dat
nog door niemand is ontdekt.
Hier zijn er geen dagen meer
te bespeuren geen eenzame
nachten die ons aan banden
leggen hier heeft geen mens
ooit al voet aan wal gezet.
Hier is er niets dan enkel
twee ademende mensen
die mekaar uitblazen
die van een onbewoond eiland
een spijkerbed maken voor elkaar.
#Henri A
() Er moet nog zo veel gebeuren
Er moet nog zo veel gebeuren
zo veel water door de zee, droomboten
die voor anker gaan na solitaire
winters.
Ik hou van jou. Geloof me maar,
maar leg me niet de woorden in
de mond, enkel jouw lippen
kan ik nu verdragen die
woorden fluisteren als was het
een warme wind die door
mijn ribben jaagt.
En tussen de hemel en
de boezem van jouw land
ga ik op zoek naar het blauw
het diepste blauw van de
oceaan zo ver als een man
kan gaan
verder dan de vage geur
van het verleden.
Het zijn die woorden die zich nog niet
laten vangen,
ze roepen me aan zonder
dat je hoeft te spreken
tot je
met me het water in gaat.
Er moet nog zo veel gebeuren
geloof me maar.
#Henri A.
() Stel, ik zeg stel
Stel, ik zeg stel, het stormt
en we gaan allen dood in dit
leven. Waar zouden we dan naar toe gaan?
En zal ik dan eerst
dood zijn of zal jij eerder vergaan?
Stel, ik zeg stel, het regent en
we sterven van verdriet omdat
we niet verder komen dan de
woorden die eigenlijk niet bestaan.
Sterf jij dan eerst of ik aan de
vergiftiging van de taal?
Stel, ik zeg stel, de aarde beeft en
we verdrinken aan elkaar omdat
we in een kloof splijten. Zal jij
dan eerst, of zal ik dan
al eerste verrijzen?
Stel, ik zeg stel, dat de wereld vergaat
en we alles opnieuw moeten uitvinden
omdat niets nog bestaat. Wat zou dan de
eerste creatie zijn die je maakt?
Stel, ik zeg stel, dat ik dat ben.
Wil je dan voorzichtig met me zijn?
#Henri A.
() Besame Mucho - Cesaria Evora
Besame, besame mucho
Como si fuera esta noche la última vez
Besame, besame mucho
Que tengo miedo perderte, perderte despues
Besame, besame mucho
Como si fuera esta noche la última vez
Besame, besame mucho
Que tengo miedo perderte, perderte despues
Quiero sentirte muy cerca mirarme en tus ojos verte junto a mí
Piensa que tal vez mañana yo ya estare lejos, muy lejos de ti
Besame, besame mucho
Como si fuera esta noche la última vez
Besame, besame mucho
Que tengo miedo perderte, perderte despues
Quiero sentirte muy cerca mirarme en tus ojos verte junto a mí
Piensa que tal vez mañana yo ya estare lejos, muy lejos de ti
Besame, besame mucho
Como si fuera esta noche la última vez
Besame, besame mucho
Que tengo miedo perderte, perderte despues
----------------------------------------------------------------------------
Kus me, kus me vele malen
Alsof vanavond de laatste keer is
Kus me, kus me vele malen
Omdat ik bang ben je te verliezen
Je weer te verliezen
Kus me, kus me vele malen
Alsof vanavond de laatste keer is
Kus me, kus me vele malen
Omdat ik bang ben je te verliezen
Je weer te verliezen
Ik wil je dicht bij me hebben om mijzelf te zien in jouw ogen
Om je naast me te zien
Ik denk dat ik misschien morgen
al ver weg, heel ver weg van jou zal zijn
() Koffie doet de wereld ontwaken (riddermarathon in 8 delen)
.
[1] Honden uit mijn zee
.
Je maakt een schelpje van je hand.
Gevuld met helder water onze eigen blauwe zee.
De vierkante meter deken met zand er omheen.
Van Louise en mij: ons privéstrand.
.
Mijn verhalen varen uit, ruisen als wind
in je oren.
In een vloed van
gebroken woorden,
golven ze over je heen.
.
Je veegt het zout uit mijn wonden,
het strand overspoelt met
slapende honden.
Honden uit mijn zee.
.
En ik laat me zachtjes breken, jaag op de meeuwen,
terwijl we zandgebakjes eten
trek je me verder mee.
.
De boei ligt te gapen, halfslag overboord,
alsof ze me zeggen wil dat jij alleen me
redden kan
van de verdrinkingsdood.
.
.
[2] Dans met mij Louise, dans met mij
.
Koffie doet de wereld ontwaken
van Berlijn tot in onze straat,
ons huis, onze kamer, ons bed
de koffie is gezet,
geurt over het plein,
tijd om samen op te staan:
Kom Louise, kom we gaan.
.
Doe mij aan Louise,
trek mij aan, trek aan mij,
dans met mij, in de kamer,
over het plein
van de Demerstad,
aan het water,
onder de sterren
van de dageraad,
met zicht op zee,
neem me mee.
.
Ik beng bang Louise,
bang van het water,
bang voor later,
voor de water bij de wijn
voor de kater,
wanneer er geen koffie meer zal zijn.
.
Dans met mij Louise,
dans met mij.
Neem me mee.
.
.
[3] Kom Louise, kom we gaan
.
Kijk daar de verre einder
de eindeloze einder
daar
achter de heuvel
de verre gezwollen heuvel
de oneindige, groene heuvel
achter de kloeke weiden
de groenige grassige weiden
daar
daar ligt het zwaard
het vermaledijde zwaard
waarmee ik ten strijde zal gaan
tegen alle dwazen
die in hun aardse dwaasheid
en hun afvallig bestaan
op houden te bestaan
ruk ik het volk van de
kloten.
Kom Louise, kom we gaan.
.
En mijn handen grijpen het zwaard, reiken verder
dan jij kan voelen,
ooit weten zal, groter dan
de plas die jij wenen kan
in dit zinloze bestaan.
.
En ik zal sterven
sterven aan een gruwelijke dood
sterf ik met mezelf in
jouw schoot, in mijn tranen,
zal ik er niet meer zijn,
niet meer in schaduw,
niet in zon,
die rusteloos slapen zal waar jij ook komt
zullen deuren open gaan,
omdat je nog steeds bestaat.
.
En hoor, aanhoor dit leven
dit leven uit de goot
dit etterende leven uit de
schoot, dat ik je nooit
had willen geven, krijg je
hoge woorden, vale tonen,
scheldende woorden,
kom naar me heen.
.
Met zwaard, moed en paard
ten strijde gaan!
Kom Louise, kom we gaan.
.
.
[4] Ik ben vermoord door jouw hemel
.
Een meute honden
verscheurt de kadavers
die gevallen zijn
in de oorlog
in de strijd.
.
Tussen nacht en dauw
is alles donkerblauw
in een schijn, een aanval op mijn ogen
om op de troon van de eenogen
koning te zijn.
.
Ik rust op je netvliezen
je ruikt wat ik wil, als een
kind verslind je gulzig mijn woorden
die je een indigestie geven van mijn taal.
.
En de nacht blijft komen, schurkt zich tegen het gloren,
tegen de dageraad,
waar jij als mijn trouwste frontsoldaat
met me zal strijden, aan mijn zijde,
op en over,
samen ten onder gaan.
.
Met zwaard en bijl hakken we in op mekaars leden
ontvreemden we het paard dat draaft door het leven.
Tussen kop en staart klopt mijn hart, dat tegen je praat
zoals alle dieren op aarde elkaar woordeloos verstaan.
.
Ik ben vermoord door jouw hemel, de opaalblauwe hemel,
die over me regent,
als de nacht zal komen.
De zon schurkt zicht tegen het gloren
en ik blijf naar je staren, onbewogen,
om nooit meer weg te gaan.
.
.
[5] Gedagvaard
.
Het heeft van doen met de jaren. Dat maakt, het
doorhoren van de woorden, zoiets als doorleven,
het wassen van mijn tranen, het opschonen van
de pijn, netjes geschikt aan een waslijn, zodat er
geen woorden meer zijn. Waaien we samen uit.
.
Mij bedrieg je niet, dat doe ik wel met mezelf, zodat je
me nooit voor kan zijn, of toch niet in dit leven.
Verlies ik me in scheuren, in het sleuren, in wat een
pen niet gezegd krijgt, in honderden talen en verhalen.
.
Een zinnebeeld, in de zieke geest die openvalt als
een parachute en vast hangt in een boom,
bengelen mijn benen boven de grond.
.
Het ingezaaide land
Jouw uitgemaaide bed
Mijn uitgezaaide kanker
Mijn goedaardig kloppend gezwel
Mijn terminale hart
.
Sta stil, sla ik de ogen open, naar de hemel, sla de nek
in het hoofd, zal ik kraken, zal ik vrezen. De dageraad
heeft me gedagvaard, daar langs het Demerkanaal, jouw
tribunaal. Wat valt er te vrezen?
We zijn toch al overal door geweest?
.
En ik voel het vel, het vel waarin een vrouw een kind
draagt dat tussen de liezen wordt geboren, als bloed dat
kruipt waar ik niet kan gaan. De eed is veel te duur
gezworen, voor een keer,
voor nooit meer,
voor de allerlaatste keer,
en opweer.
.
They might say that I’m a dreamer,
but i’m not the only one
.
Zo las ik iets over een neger uit Mozambique van Remco
en ik boog het hoofd en dacht – jij zou een mooi
kladboek zijn.
.
.
[6] Sloophamer
.
Je pleegt een hartaanval op mijn al dente geest
met een sloophamer van groen Chie Miharaleer
die de wolken in mijn hoofd doorklieven.
Dansen we op de slappe koord van de liefde
als zigeuners die het voorland verlaten
langs de oevers van het spiegelende water.
.
In het ochtendblauw gaf je me schaafwonden
aan de ogen, die het kijken niet meer aankonden.
Wat nog aan woorden in mij wakker ligt
hou ik tegen het opkomende ochtendlicht
van de wereld die me terug komt halen
ik wil eten slopen missen slapen.
.
En zondags gaan we naar de kerk
waar alle stervelingen afspraak geven
om boete te doen over het leven
en het vergeten van andermans dood.
.
.
[7] Sloop mij
.
We eten, we drinken en we verzaken te slapen
want slapen kan nu niet meer en ook niet voor
minder. Verzin ik een sterrenbeeld dat het water
streelt van het voorbijvarende kanaal, luister ik
naar jouw verhaal, op de oever die verdampt tot
asfalt. Waar we beiden verdrinken in het natte gras,
een verleden dat trekt en zachtjes krast en de dauw
die valt, omhelst onze schouders om weer mezelf te
zijn. Je doopt me met pek, met veren en vacht, je
havert mijn witte paard dat wacht al veel te lang op
stal staat. Ik ben nooit alleen geweest heb het nochtans
geprobeerd, zelfs in deze eindeloze nacht waarin je me
sloopt, me bedavert als vida-nueva-schepen die de
stilte trotseren, komt de dageraad aangeslopen.
Verstop ik me tussen jouw haren, om aan te spoelen,
het schip te schonen, trossen te gooien, hoor ik je door
je poriën zachtjes verder varen.
.
.
[8] Ik wil een beeld maken van haar
.
Ik wil een beeld maken van haar
als een passionele kunstenaar
die letters snijdt met tanden
.
Bewandel ik haar handen
manen, ogen en wenkbrauwen
als een volleerd woordhouwer
.
Streel ik haar sculptuur
tot een retorisch stijlfiguur
boetseer ik een metafoor
.
Dat ik fluister in haar oor
bebeitel ik haar gezicht
in een ambachtelijk marathongedicht.
.
.
#Henri A.
[1] Honden uit mijn zee
.
Je maakt een schelpje van je hand.
Gevuld met helder water onze eigen blauwe zee.
De vierkante meter deken met zand er omheen.
Van Louise en mij: ons privéstrand.
.
Mijn verhalen varen uit, ruisen als wind
in je oren.
In een vloed van
gebroken woorden,
golven ze over je heen.
.
Je veegt het zout uit mijn wonden,
het strand overspoelt met
slapende honden.
Honden uit mijn zee.
.
En ik laat me zachtjes breken, jaag op de meeuwen,
terwijl we zandgebakjes eten
trek je me verder mee.
.
De boei ligt te gapen, halfslag overboord,
alsof ze me zeggen wil dat jij alleen me
redden kan
van de verdrinkingsdood.
.
.
[2] Dans met mij Louise, dans met mij
.
Koffie doet de wereld ontwaken
van Berlijn tot in onze straat,
ons huis, onze kamer, ons bed
de koffie is gezet,
geurt over het plein,
tijd om samen op te staan:
Kom Louise, kom we gaan.
.
Doe mij aan Louise,
trek mij aan, trek aan mij,
dans met mij, in de kamer,
over het plein
van de Demerstad,
aan het water,
onder de sterren
van de dageraad,
met zicht op zee,
neem me mee.
.
Ik beng bang Louise,
bang van het water,
bang voor later,
voor de water bij de wijn
voor de kater,
wanneer er geen koffie meer zal zijn.
.
Dans met mij Louise,
dans met mij.
Neem me mee.
.
.
[3] Kom Louise, kom we gaan
.
Kijk daar de verre einder
de eindeloze einder
daar
achter de heuvel
de verre gezwollen heuvel
de oneindige, groene heuvel
achter de kloeke weiden
de groenige grassige weiden
daar
daar ligt het zwaard
het vermaledijde zwaard
waarmee ik ten strijde zal gaan
tegen alle dwazen
die in hun aardse dwaasheid
en hun afvallig bestaan
op houden te bestaan
ruk ik het volk van de
kloten.
Kom Louise, kom we gaan.
.
En mijn handen grijpen het zwaard, reiken verder
dan jij kan voelen,
ooit weten zal, groter dan
de plas die jij wenen kan
in dit zinloze bestaan.
.
En ik zal sterven
sterven aan een gruwelijke dood
sterf ik met mezelf in
jouw schoot, in mijn tranen,
zal ik er niet meer zijn,
niet meer in schaduw,
niet in zon,
die rusteloos slapen zal waar jij ook komt
zullen deuren open gaan,
omdat je nog steeds bestaat.
.
En hoor, aanhoor dit leven
dit leven uit de goot
dit etterende leven uit de
schoot, dat ik je nooit
had willen geven, krijg je
hoge woorden, vale tonen,
scheldende woorden,
kom naar me heen.
.
Met zwaard, moed en paard
ten strijde gaan!
Kom Louise, kom we gaan.
.
.
[4] Ik ben vermoord door jouw hemel
.
Een meute honden
verscheurt de kadavers
die gevallen zijn
in de oorlog
in de strijd.
.
Tussen nacht en dauw
is alles donkerblauw
in een schijn, een aanval op mijn ogen
om op de troon van de eenogen
koning te zijn.
.
Ik rust op je netvliezen
je ruikt wat ik wil, als een
kind verslind je gulzig mijn woorden
die je een indigestie geven van mijn taal.
.
En de nacht blijft komen, schurkt zich tegen het gloren,
tegen de dageraad,
waar jij als mijn trouwste frontsoldaat
met me zal strijden, aan mijn zijde,
op en over,
samen ten onder gaan.
.
Met zwaard en bijl hakken we in op mekaars leden
ontvreemden we het paard dat draaft door het leven.
Tussen kop en staart klopt mijn hart, dat tegen je praat
zoals alle dieren op aarde elkaar woordeloos verstaan.
.
Ik ben vermoord door jouw hemel, de opaalblauwe hemel,
die over me regent,
als de nacht zal komen.
De zon schurkt zicht tegen het gloren
en ik blijf naar je staren, onbewogen,
om nooit meer weg te gaan.
.
.
[5] Gedagvaard
.
Het heeft van doen met de jaren. Dat maakt, het
doorhoren van de woorden, zoiets als doorleven,
het wassen van mijn tranen, het opschonen van
de pijn, netjes geschikt aan een waslijn, zodat er
geen woorden meer zijn. Waaien we samen uit.
.
Mij bedrieg je niet, dat doe ik wel met mezelf, zodat je
me nooit voor kan zijn, of toch niet in dit leven.
Verlies ik me in scheuren, in het sleuren, in wat een
pen niet gezegd krijgt, in honderden talen en verhalen.
.
Een zinnebeeld, in de zieke geest die openvalt als
een parachute en vast hangt in een boom,
bengelen mijn benen boven de grond.
.
Het ingezaaide land
Jouw uitgemaaide bed
Mijn uitgezaaide kanker
Mijn goedaardig kloppend gezwel
Mijn terminale hart
.
Sta stil, sla ik de ogen open, naar de hemel, sla de nek
in het hoofd, zal ik kraken, zal ik vrezen. De dageraad
heeft me gedagvaard, daar langs het Demerkanaal, jouw
tribunaal. Wat valt er te vrezen?
We zijn toch al overal door geweest?
.
En ik voel het vel, het vel waarin een vrouw een kind
draagt dat tussen de liezen wordt geboren, als bloed dat
kruipt waar ik niet kan gaan. De eed is veel te duur
gezworen, voor een keer,
voor nooit meer,
voor de allerlaatste keer,
en opweer.
.
They might say that I’m a dreamer,
but i’m not the only one
.
Zo las ik iets over een neger uit Mozambique van Remco
en ik boog het hoofd en dacht – jij zou een mooi
kladboek zijn.
.
.
[6] Sloophamer
.
Je pleegt een hartaanval op mijn al dente geest
met een sloophamer van groen Chie Miharaleer
die de wolken in mijn hoofd doorklieven.
Dansen we op de slappe koord van de liefde
als zigeuners die het voorland verlaten
langs de oevers van het spiegelende water.
.
In het ochtendblauw gaf je me schaafwonden
aan de ogen, die het kijken niet meer aankonden.
Wat nog aan woorden in mij wakker ligt
hou ik tegen het opkomende ochtendlicht
van de wereld die me terug komt halen
ik wil eten slopen missen slapen.
.
En zondags gaan we naar de kerk
waar alle stervelingen afspraak geven
om boete te doen over het leven
en het vergeten van andermans dood.
.
.
[7] Sloop mij
.
We eten, we drinken en we verzaken te slapen
want slapen kan nu niet meer en ook niet voor
minder. Verzin ik een sterrenbeeld dat het water
streelt van het voorbijvarende kanaal, luister ik
naar jouw verhaal, op de oever die verdampt tot
asfalt. Waar we beiden verdrinken in het natte gras,
een verleden dat trekt en zachtjes krast en de dauw
die valt, omhelst onze schouders om weer mezelf te
zijn. Je doopt me met pek, met veren en vacht, je
havert mijn witte paard dat wacht al veel te lang op
stal staat. Ik ben nooit alleen geweest heb het nochtans
geprobeerd, zelfs in deze eindeloze nacht waarin je me
sloopt, me bedavert als vida-nueva-schepen die de
stilte trotseren, komt de dageraad aangeslopen.
Verstop ik me tussen jouw haren, om aan te spoelen,
het schip te schonen, trossen te gooien, hoor ik je door
je poriën zachtjes verder varen.
.
.
[8] Ik wil een beeld maken van haar
.
Ik wil een beeld maken van haar
als een passionele kunstenaar
die letters snijdt met tanden
.
Bewandel ik haar handen
manen, ogen en wenkbrauwen
als een volleerd woordhouwer
.
Streel ik haar sculptuur
tot een retorisch stijlfiguur
boetseer ik een metafoor
.
Dat ik fluister in haar oor
bebeitel ik haar gezicht
in een ambachtelijk marathongedicht.
.
.
#Henri A.
() Schrijven
En steeds grijp ik weer terug naar je
net als ik denk dat je vertrokken bent
dat ik me niet meer kan beroepen
ben je daar weer
als een fles zonder bodem
blijf ik van je drinken
dronken
tot ik uitgemergeld ben
uitgeteld
aan een delirium van woorden
die scherper dan messen zijn
langs mijn handen
uit me glijden
bloedsporen maken
diepe kerven die gaan zweren
het weglopen
tot ik bezwijk
en het voor immer slapen gaan.
#Henri A.
net als ik denk dat je vertrokken bent
dat ik me niet meer kan beroepen
ben je daar weer
als een fles zonder bodem
blijf ik van je drinken
dronken
tot ik uitgemergeld ben
uitgeteld
aan een delirium van woorden
die scherper dan messen zijn
langs mijn handen
uit me glijden
bloedsporen maken
diepe kerven die gaan zweren
het weglopen
tot ik bezwijk
en het voor immer slapen gaan.
#Henri A.
() Wanneer ik geen plaats meer heb om te vallen
Wanneer ik geen plaats meer heb om te vallen
kan ik me dan neerleggen in de gouden
schaal van jouw handen en op jou rekenen?
Nu ik de afwas heb gedaan en het vuilnis op
straat gezet, de boeken afgestoft, het toilet
ontsmet en al mijn kleren heb gestreken om
bezig te blijven en de dag een invulling te geven.
Nu ik begin met het opplooien van die dag
en de uren sorteer in de garderobekast
naast mijn bed zonder poten, zodat het niet
kan gaan lopen wanneer ik me op je werp.
Nu ik argeloos en ongegeneerd aan de
knoopjes van je blouse pruts, om je open
te leggen en me in je hoeken te nestelen,
nu mijn hoofd is opgeruimd en opgepoetst.
Nu ik jouw zoete bes in een witte jas met
mijn lippen streel om de tijd op mezelf te
veroveren en te proeven van de speelse
lijnen die ik op dit blad in scène zet.
Nu ik dichter kan zijn en wat er in me huist
onbeschreven kan laten, ik de kunst van jouw
lichaam versta, een surrealistisch schilderij in
een strak kader met bladgoud omlegd dat we
weldra zullen veilen aan onszelf.
En als we dan samen vallen van het haakje
aan de muur en ik mijn richting verlies
en over je zal zweven, kan ik me dan
neerleggen in de gouden schaal van
jouw handen en op je rekenen?
#Henri A.
() Bohemien
Ik ben niet
genoeg bezeten
van mezelf,
er is meer
dan ik kan
dragen.
Weet je,
dat is niet erg,
niet alle sterren
vragen om hen
op te rapen.
Jouw vermogen
om meer te
zijn dan
jezelf,
dan de liefde
op sacrale
dagen.
Er is niets
belangrijker
dan mens
en mensenliefde,
ik ben de bohemien
van de
herwonnen
harten.
#Henri A.
() Het is al stevig dag in de lucht
Het is al stevig dag in de lucht
Wanneer ik wakker word
De kamer van hout
Goed gevuld met strepen
Zon
Met dieren op de muren
Die zich niet laten vangen
En ook niet tegen me spreken.
Ik kruip diep met mijn hoofd
In de aarde
En herhaal alle woorden
Die gisteren werden uitgesproken
En ook degenen die binnensmonds bleven.
Ik verleg grenzen van heuvels en duinen
Word overspoeld door de zee
Die me meeneemt naar getijden
Heen en weer
Weer en heen
Zodat alleen het zout achter blijft.
En zo ontstond ik opnieuw
Naast jou
En wat gestorven was
Begon opnieuw te sterven
Tot nieuw leven.
#Henri A.
() De grote en de kleine beer
In de spelonken
van jouw mond
wellen woorden
naar de sterren
van de grote en
de kleine beer
op het zwarte
nachtplafond.
En wat later
rust je tong
tussen je lippen
- oevers van een
woordeloze rivier -
van het kussen
van mijn mond.
Je pupillen dobberen na
in het goudbruin
van je ogen
als een fikkering van
sterren van zon op water.
Geen beer - groot of klein -
kan hier onbewogen
bij blijven.
#Henri A.
van jouw mond
wellen woorden
naar de sterren
van de grote en
de kleine beer
op het zwarte
nachtplafond.
En wat later
rust je tong
tussen je lippen
- oevers van een
woordeloze rivier -
van het kussen
van mijn mond.
Je pupillen dobberen na
in het goudbruin
van je ogen
als een fikkering van
sterren van zon op water.
Geen beer - groot of klein -
kan hier onbewogen
bij blijven.
#Henri A.
Abonneren op:
Posts (Atom)
-
430 woorden | Leestijd: 2 minuten Ik heb het gehad met de boutade dat sport niets met politiek te maken heeft. En omgekeerd. In een ideale, ...
-
In oorlog vervagen de grenzen. Toch blijft ieder mens een stem hebben — een fluistering, een schreeuw, een gebed, hoop. Kind Kleine handen...
-
Soms is het kil in het hoofd zoals in deze hemelhoge kerk die tot de wolken reikt. Galmen mijn woorden tegen de steunbogen en sterven uit op...





























