() Doel

Op een dag zullen we
doorzichtig zijn
omdat we niet voorzichtig genoeg
waren met elkaar.

We rookten koolstof als
verse sigaren dronken
al het zoets uit de aarde
aten net niet mekaar.

Er waren geen grenzen meer
niet in onze hoofden niet
tussen continenten met onze
vuile schoenen aan
liepen we uiteindelijk verloren.

Nu het water aan de lippen
de zon almaar heter gaat
zullen we uitdrogen en
overstromen doorzichtig
smelten van overdaad.

#HenriA


() Weer een oorlog voorbij

Weer een liefde voorbij
weer een huis als bouwval
op zijn laatste fundamenten,
een puinhoop om in te wonen.

Een oorlogsstraat met gevels
vol kogelgaten, hoor de
wenende weduwen, verscholen
achter de kapotgeschoten ramen.

Weer een liefde voorbij,
weer een oorlog die
we hebben verloren.

Nu er op dit schiereiland
niets meer te rapen valt,
trekt het leger plunderend voort.

#Henri A.

() Grafstuk

Het is al Allerheiligen
en ik moet nog gaan slapen,
samen met alle doden ten ruste,
in een eindeloze uitvaart.

In de luwte van
de eerste novemberschaduw
haakt de mist aan me
als een lijkbleek laken,
in de hoeken van wolkjes adem
trek ik mijn eerste koude aan.

Straks na het slapen en het ontwaken,
breng ik je chrysanten, getooid
in aardewerk en zilver crêpepapier
en in de verpakte stilte tussen
het knipperen van mijn ogen,
leg ik mijn monochrome woorden
tegen het verdriet van het verlies.

#Henri A.

Stephan Vanfleteren - TERRE/MER
Roland Rens - NU

() Herfst (2)


In.


De wolken zijn grijs, de wind is rood,
de maan een koperen hoofd
in een witte sluiernevel,
een leeggeroofde sterrenhemel.


De herfst.


De herfst is een gewelddadig oord,
bladeren vallen als hoofden naar beneden,
weldra zal ik jou vermoorden
in de schaduw van de najaarsschemer.


Bloeien.


Of jij mij, iemand zal er bloeien.
Ik. Ja ik zal wachten tot je valt
uit het zwart van de nacht
van dit zeezieke seizoen.


Mijn tranen.


Ontvouw de zeilen, hemelsbreed,
bevaar de donkere, onzekere oceanen,
in een nachtblinde razernij
zullen bliksems over je tranen.


Rood.


Ik. Ja ik. Sterven doe ik sowieso.
Bespaar me dus het korten van jouw dagen
 van jouw najaarszon in mijn hoofd, want
in de herfst bloeien mijn tranen rood.


#Henri A.


() Herfst (1)

Hoor de mensen klagen
Nu ze de wolken en de regen moeten dragen

Omdat de lucht zwaar drukt
Op onze verschrompelde schouders

Als Tristan van Isolde
In herfst van de bestormingen

Zij, die sterft aan haar verwondingen
In een verschraalde zomerzon

Ik trek mijn huid uit
En vervel tot een cocon

Ik kan je niet opnieuw openen
Mijn beeldspraak laat je niet gaan

Jouw natte mond is mijn enige compagnon
Langs het krakend hout, de zigzaggende bladeren.

#Henri A

() De stille revolutie

Hoe woorden zich almaar blijven herhalen in een stille democratie, die brokken lijmen alsof het scherven waren van dure vazen. In lagen, gesponnen van het fijnste rag, voorzichtig rollend van de tong om in een web van plooien te verdwijnen. Neem nu, pakweg, de schommelstoel in de hoek van de woonkamer, hoe lang die al wacht. Of het bed met zijn mooiste linnen, onbeslapen, het servies met een vuile rand. Alle kruimels in de uitgeleefde kamer, de sleutel op de deur, aan de binnenkant.

Ik weet wat je gaat vragen, wat heeft zij wat ik niet heb of niet kan geven, heeft het te maken met de stand van de ogen of het leven? Kan ik dat als reden geven? Dat het staatsbestel enkel wankelt door een aanstormende revolutie, waarin de onderdrukking zijn weg naar buiten zoekt. Weg van de afgesloten kamer, van de weerklank van sluimerend verdriet? Ik weet het niet, er bestaan geen sluitende antwoorden meer in een verscheurde democratie.

#Henri A.

() Laatste hoofdstuk van een lang verhaal dat eindigt op een vage herinnering aan een vruchtbare periode die nu de ijstijd heet


Als volleerd blaas ik een kus van glas in je mond als een blazer die in dromen van marmer zijn aambeelden slaat in de lippen en de lege holte waarin ik jouloos verscholen zit als was het een baarmoeder die talloze daden en verhalen baart en de nageboorte van onze liefde verslond.


En ik fluister in termen van beaufort mijn woorden tussen jouw geplooide haren die jouw hoofd tooien in de sterren vastgeklonken als brandende lokken die jouw gezicht in twee schuine delen delen als een keerkring die stil zijn weg zoekt en weet ik niet wat kiezen als de gebroken naald van een kompas waarin je verloren loopt.


En ik zink met tranen in jouw mond en verslik me in de leugen die me opgespeld wordt en als een verpletterend vuurwerk de sterren stuk slaat klaterend uit de gouden hemel de verzengende nacht die geen kleur in zich draagt geen verlangen geen hoop enkel het verdrinkende lijf van bleke huid en zingende onweerslucht.


Onttrek de zuurstof uit de flessenhals waar ik verloren gelopen ben als een lange file van stapvoets ademen en stroomstoot van lucht die warm en koud blaast maar vooral bevriest en ijssterren plakt zo koud en kil aan de binnenkant van het hart dat alles wat gedaan is lijkt op een honderdjarige oorlogsstrijd.


Ik schonk mijn naam in kleine teugen aan jou traag zonder dat je het gewaar werd zoals de zon in de lente flauwe vuurstalen aan ons geeft voor ons alleen lijkt er dan zon maar tuimelt ze op de aarde uit de lucht van as en is er niet meer dan een vage herinnering aan een vruchtbare periode die nu de ijstijd heet.


#Henri A.

() Onze Held

Het tijdsgewricht heeft de tijd gewrikt,
als losgeld, door zijn rafelende vezelhand
met gaten, hij is de koning van pijn en
zijn meisje, die om de beurten gelukkig zijn.


Het is traag aanleggen aan land, met vallen
en opstaan leerde hij varen om de wonderen
van de natuur heen, zodat hij zichzelf volledig
vergat, slovend tussen de benen van de dageraden.


Ooit had hij zijn eigen koninkrijk, onze held,
zoals alle helden in zelfverzonnen verhalen
hun eigen held zijn, aan zilverlingen en glinsters
in de vermoeide ogen was er geen gebrek,
tenzij een spraakgebrek, toen iedere echo een
andere stem had en woorden zich verscholen
achter bolle kaken om voor elkaar hetgeen
dat ze nooit zouden bepraten te hamsteren.


In formaliteiten heeft hij zijn leven vastgelegd,
onze held, zoals het protocol dat van hem
verwacht, hoeveel tikken van het hart, hoeveel
schrammen op de ziel, het staat allemaal in
de sterren geschreven.


En na zijn dood schenkt hij zijn grote boek
aan zijn resterende onderdanen in vellen
van goud papier, waarop ieder zijn tranen zal
te rusten leggen als ze naar de hemel kijken.


#Henri A.

() Zonsondergang in het oosten


Doe de gordijnen naar beneden
en verberg al je geheimen
nu het leed is geleden
en de dag is uitgefeest.


Ontknoop je lange haren
bevrijd je fluwelen voeten
hang je kleedje aan de haak
en hul je in omfloerst naakt.


Verlaat stil de stad
en droog je zoute tranen
hoor de honden blaffen
die zwerven op de straat.


Het feest is nu voorbij
stop het huilen naar de maan
luister naar de wolven in je hoofd
luister naar de toon van je hart.


Vergeet nooit het oude wijsje
van toen we afgelegen waren
het leven een lege pagina
en de wereld monotoon grijs.


Wil je me geloven
als ik je beloof vandaag
dat morgen de zon
in het oosten ondergaat.


#Henri A.

() Thuis komen


Je legt je lippen op mijn schouder
die warmte in me trillen,
zonzacht gefluister
in de luwte van mijn hals,
je sijpelt zuchtend traag mijn
koele holtes binnen,
blaast woorden over me heen, die ik niet versta.

Ik weef nagellijnen in je smyrnabillen
maak een tapijt van je uitgeplooide lijf,
ik kus de figuren die jouw huid omringen
en van lieverlee, schrijf jij in mij
jouw klare taal, die ik almaar beter begrijp,
we suizen van oor tot oor, zweten de kamer uit,
ademen kleuren op een pallet tot we hoorbaar vermengen.

Ogen slaan neer als ik rillend in je ontwaak,
en wanneer jij jezelf geruisloos in de luwte buiten draagt,
wordt het hier binnen koud en windstil.
Het heeft geen zin, zelfs geen half woord, dat ik wacht.
Als je weg bent, komt niemand nog thuis, vannacht.


#Henri A.

() Cadeautjesverslaafd


Als we mekaar uitpakken
na het praten,
wordt het stil.
Sterven onze woorden,
in elkaar.


En keer op keer is het als
een nieuw geschenk,
waar we als kleine kinderen
gulzig naar grijpen,
van o’s en a’s vergezeld.


We schenken parfum
van de zachtste geuren,
we smaken elkaar als de
zoetste chocola,
we schitteren als de
helderste juwelen,
het post-grunge-tijdperk
onze taal.


En we blijven geven
omdat we
graag overladen.
We hebben een geschiedenis,
maar geen verleden.
Het is geen keuze,
we zijn
cadeautjesverslaafd.


#Henri A.

() Doe me


Doe me en schreeuw me
sprakeloos uit, roep me
toe
met oorverdovende geluiden
vertaal me hoe jouw lichaam
praat in geluidsloze klanken.

Zeg me en leg me woordeloos uit
hoe je me opnieuw buit maakt en
doet duizelen, spreek mij luid
en monddood aan, help me
jou te ademen.

Henri A.

() Spijkerbed

Ik laat de deur op een kier
om je licht op te vangen kom
je de trap opgestapt je kleren
in een pad tot enkel jezelf
nog om het lijf.


Je hebt een sleutel meegebracht
zoals ik je heb gevraagd en sluit
ons op tussen de randen van het
bed in een traagheid die moeilijk
is om dragen.


Je wil dat ik je vader ben en ik
maak van jou mijn moeder
we zoeken mekaar af tot in
onze vingertoppen en blijven
haken in elkaars lijf.


We bedenken twee levens
en omarmen ze schouder aan
schouder naast elkaar
tot een onbewoond eiland dat
nog door niemand is ontdekt.


Hier zijn er geen dagen meer
te bespeuren geen eenzame
nachten die ons aan banden
leggen hier heeft geen mens
ooit al voet aan wal gezet.


Hier is er niets dan enkel
twee ademende mensen
die mekaar uitblazen
die van een onbewoond eiland
een spijkerbed maken voor elkaar.


#Henri A

() Er moet nog zo veel gebeuren


Er moet nog zo veel gebeuren
zo veel water door de zee, droomboten
die voor anker gaan na solitaire
winters.


Ik hou van jou. Geloof me maar,
maar leg me niet de woorden in
de mond, enkel jouw lippen
kan ik nu verdragen die
woorden fluisteren als was het
een warme wind die door
mijn ribben jaagt.


En tussen de hemel en
de boezem van jouw land
ga ik op zoek naar het blauw
het diepste blauw van de
oceaan zo ver als een man
kan gaan
verder dan de vage geur
van het verleden.


Het zijn die woorden die zich nog niet
laten vangen,
ze roepen me aan zonder
dat je hoeft te spreken
tot je
met me het water in gaat.


Er moet nog zo veel gebeuren
geloof me maar.


#Henri A.

() Stel, ik zeg stel


Stel, ik zeg stel, het stormt
en we gaan allen dood in dit
leven. Waar zouden we dan naar toe gaan?
En zal ik dan eerst
dood zijn of zal jij eerder vergaan?


Stel, ik zeg stel, het regent en
we sterven van verdriet omdat
we niet verder komen dan de
woorden die eigenlijk niet bestaan.
Sterf jij dan eerst of ik aan de
vergiftiging van de taal?


Stel, ik zeg stel, de aarde beeft en
we verdrinken aan elkaar omdat
we in een kloof splijten. Zal jij
dan eerst, of zal ik dan
al eerste verrijzen?


Stel, ik zeg stel, dat de wereld vergaat
en we alles opnieuw moeten uitvinden
omdat niets nog bestaat. Wat zou dan de
eerste creatie zijn die je maakt?


Stel, ik zeg stel, dat ik dat ben.
Wil je dan voorzichtig met me zijn?


#Henri A.

() Besame Mucho - Cesaria Evora




Besame, besame mucho
Como si fuera esta noche la última vez
Besame, besame mucho
Que tengo miedo perderte, perderte despues

Besame, besame mucho
Como si fuera esta noche la última vez
Besame, besame mucho
Que tengo miedo perderte, perderte despues

Quiero sentirte muy cerca mirarme en tus ojos verte junto a mí
Piensa que tal vez mañana yo ya estare lejos, muy lejos de ti

Besame, besame mucho
Como si fuera esta noche la última vez
Besame, besame mucho
Que tengo miedo perderte, perderte despues

Quiero sentirte muy cerca mirarme en tus ojos verte junto a mí
Piensa que tal vez mañana yo ya estare lejos, muy lejos de ti

Besame, besame mucho
Como si fuera esta noche la última vez
Besame, besame mucho
Que tengo miedo perderte, perderte despues


----------------------------------------------------------------------------


Kus me, kus me vele malen
Alsof vanavond de laatste keer is
Kus me, kus me vele malen
Omdat ik bang ben je te verliezen
Je weer te verliezen

Kus me, kus me vele malen
Alsof vanavond de laatste keer is
Kus me, kus me vele malen
Omdat ik bang ben je te verliezen
Je weer te verliezen

Ik wil je dicht bij me hebben om mijzelf te zien in jouw ogen
Om je naast me te zien
Ik denk dat ik misschien morgen
al ver weg, heel ver weg van jou zal zijn


() Koffie doet de wereld ontwaken (riddermarathon in 8 delen)

.
[1] Honden uit mijn zee
.
Je maakt een schelpje van je hand.
Gevuld met helder water onze eigen blauwe zee.
De vierkante meter deken met zand er omheen.
Van Louise en mij: ons privéstrand.
.
Mijn verhalen varen uit, ruisen als wind
in je oren.
In een vloed van
gebroken woorden,
golven ze over je heen.
.
Je veegt het zout uit mijn wonden,
het strand overspoelt met
slapende honden.
Honden uit mijn zee.
.
En ik laat me zachtjes breken, jaag op de meeuwen,
terwijl we zandgebakjes eten
trek je me verder mee.
.
De boei ligt te gapen, halfslag overboord,
alsof ze me zeggen wil dat jij alleen me
redden kan
van de verdrinkingsdood.
.
.
[2] Dans met mij Louise, dans met mij
.
Koffie doet de wereld ontwaken
van Berlijn tot in onze straat,
ons huis, onze kamer, ons bed
de koffie is gezet,
geurt over het plein,
tijd om samen op te staan:
Kom Louise, kom we gaan.
.
Doe mij aan Louise,
trek mij aan, trek aan mij,
dans met mij, in de kamer,
over het plein
van de Demerstad,
aan het water,
onder de sterren
van de dageraad,
met zicht op zee,
neem me mee.
.
Ik beng bang Louise,
bang van het water,
bang voor later,
voor de water bij de wijn
voor de kater,
wanneer er geen koffie meer zal zijn.
.
Dans met mij Louise,
dans met mij.
Neem me mee.
.
.
[3] Kom Louise, kom we gaan
.
Kijk daar de verre einder
de eindeloze einder
daar
achter de heuvel
de verre gezwollen heuvel
de oneindige, groene heuvel
achter de kloeke weiden
de groenige grassige weiden
daar
daar ligt het zwaard
het vermaledijde zwaard
waarmee ik ten strijde zal gaan
tegen alle dwazen
die in hun aardse dwaasheid
en hun afvallig bestaan
op houden te bestaan
ruk ik het volk van de
kloten.
Kom Louise, kom we gaan.
.
En mijn handen grijpen het zwaard, reiken verder
dan jij kan voelen,
ooit weten zal, groter dan
de plas die jij wenen kan
in dit zinloze bestaan.
.
En ik zal sterven
sterven aan een gruwelijke dood
sterf ik met mezelf in
jouw schoot, in mijn tranen,
zal ik er niet meer zijn,
niet meer in schaduw,
niet in zon,
die rusteloos slapen zal waar jij ook komt
zullen deuren open gaan,
omdat je nog steeds bestaat.
.
En hoor, aanhoor dit leven
dit leven uit de goot
dit etterende leven uit de
schoot, dat ik je nooit
had willen geven, krijg je
hoge woorden, vale tonen,
scheldende woorden,
kom naar me heen.
.
Met zwaard, moed en paard
ten strijde gaan!
Kom Louise, kom we gaan.
.
.
[4] Ik ben vermoord door jouw hemel
.
Een meute honden
verscheurt de kadavers
die gevallen zijn
in de oorlog
in de strijd.
.
Tussen nacht en dauw
is alles donkerblauw
in een schijn, een aanval op mijn ogen
om op de troon van de eenogen
koning te zijn.
.
Ik rust op je netvliezen
je ruikt wat ik wil, als een
kind verslind je gulzig mijn woorden
die je een indigestie geven van mijn taal.
.
En de nacht blijft komen, schurkt zich tegen het gloren,
tegen de dageraad,
waar jij als mijn trouwste frontsoldaat
met me zal strijden, aan mijn zijde,
op en over,
samen ten onder gaan.
.
Met zwaard en bijl hakken we in op mekaars leden
ontvreemden we het paard dat draaft door het leven.
Tussen kop en staart klopt mijn hart, dat tegen je praat
zoals alle dieren op aarde elkaar woordeloos verstaan.
.
Ik ben vermoord door jouw hemel, de opaalblauwe hemel,
die over me regent,
als de nacht zal komen.
De zon schurkt zicht tegen het gloren
en ik blijf naar je staren, onbewogen,
om nooit meer weg te gaan.
.
.
[5] Gedagvaard
.
Het heeft van doen met de jaren. Dat maakt, het
doorhoren van de woorden, zoiets als doorleven,
het wassen van mijn tranen, het opschonen van
de pijn, netjes geschikt aan een waslijn, zodat er
geen woorden meer zijn. Waaien we samen uit.
.
Mij bedrieg je niet, dat doe ik wel met mezelf, zodat je
me nooit voor kan zijn, of toch niet in dit leven.
Verlies ik me in scheuren, in het sleuren, in wat een
pen niet gezegd krijgt, in honderden talen en verhalen.
.
Een zinnebeeld, in de zieke geest die openvalt als
een parachute en vast hangt in een boom,
bengelen mijn benen boven de grond.
.
Het ingezaaide land
Jouw uitgemaaide bed
Mijn uitgezaaide kanker
Mijn goedaardig kloppend gezwel
Mijn terminale hart
.
Sta stil, sla ik de ogen open, naar de hemel, sla de nek
in het hoofd, zal ik kraken, zal ik vrezen. De dageraad
heeft me gedagvaard, daar langs het Demerkanaal, jouw
tribunaal. Wat valt er te vrezen?
We zijn toch al overal door geweest?
.
En ik voel het vel, het vel waarin een vrouw een kind
draagt dat tussen de liezen wordt geboren, als bloed dat
kruipt waar ik niet kan gaan. De eed is veel te duur
gezworen, voor een keer,
voor nooit meer,
voor de allerlaatste keer,
en opweer.
.
They might say that I’m a dreamer,
but i’m not the only one
.
Zo las ik iets over een neger uit Mozambique van Remco
en ik boog het hoofd en dacht – jij zou een mooi
kladboek zijn.
.
.
[6] Sloophamer
.
Je pleegt een hartaanval op mijn al dente geest
met een sloophamer van groen Chie Miharaleer
die de wolken in mijn hoofd doorklieven.
Dansen we op de slappe koord van de liefde
als zigeuners die het voorland verlaten
langs de oevers van het spiegelende water.
.
In het ochtendblauw gaf je me schaafwonden
aan de ogen, die het kijken niet meer aankonden.
Wat nog aan woorden in mij wakker ligt
hou ik tegen het opkomende ochtendlicht
van de wereld die me terug komt halen
ik wil eten slopen missen slapen.
.
En zondags gaan we naar de kerk
waar alle stervelingen afspraak geven
om boete te doen over het leven
en het vergeten van andermans dood.
.
.
[7] Sloop mij
.
We eten, we drinken en we verzaken te slapen
want slapen kan nu niet meer en ook niet voor
minder. Verzin ik een sterrenbeeld dat het water
streelt van het voorbijvarende kanaal, luister ik
naar jouw verhaal, op de oever die verdampt tot
asfalt. Waar we beiden verdrinken in het natte gras,
een verleden dat trekt en zachtjes krast en de dauw
die valt, omhelst onze schouders om weer mezelf te
zijn. Je doopt me met pek, met veren en vacht, je
havert mijn witte paard dat wacht al veel te lang op
stal staat. Ik ben nooit alleen geweest heb het nochtans
geprobeerd, zelfs in deze eindeloze nacht waarin je me
sloopt, me bedavert als vida-nueva-schepen die de
stilte trotseren, komt de dageraad aangeslopen.
Verstop ik me tussen jouw haren, om aan te spoelen,
het schip te schonen, trossen te gooien, hoor ik je door
je poriën zachtjes verder varen.
.
.
[8] Ik wil een beeld maken van haar
.
Ik wil een beeld maken van haar
als een passionele kunstenaar
die letters snijdt met tanden
.
Bewandel ik haar handen
manen, ogen en wenkbrauwen
als een volleerd woordhouwer
.
Streel ik haar sculptuur
tot een retorisch stijlfiguur
boetseer ik een metafoor
.
Dat ik fluister in haar oor
bebeitel ik haar gezicht
in een ambachtelijk marathongedicht.
.
.
#Henri A.

() Schrijven

En steeds grijp ik weer terug naar je
net als ik denk dat je vertrokken bent
dat ik me niet meer kan beroepen
ben je daar weer
als een fles zonder bodem
blijf ik van je drinken
dronken
tot ik uitgemergeld ben
uitgeteld
aan een delirium van woorden
die scherper dan messen zijn
langs mijn handen
uit me glijden
bloedsporen maken
diepe kerven die gaan zweren
het weglopen
tot ik bezwijk
en het voor immer slapen gaan.


#Henri A.

() Wanneer ik geen plaats meer heb om te vallen


Wanneer ik geen plaats meer heb om te vallen
kan ik me dan neerleggen in de gouden
schaal van jouw handen en op jou rekenen?


Nu ik de afwas heb gedaan en het vuilnis op
straat gezet, de boeken afgestoft, het toilet
ontsmet en al mijn kleren heb gestreken om
bezig te blijven en de dag een invulling te geven.


Nu ik begin met het opplooien van die dag
en de uren sorteer in de garderobekast
naast mijn bed zonder poten, zodat het niet
kan gaan lopen wanneer ik me op je werp.


Nu ik argeloos en ongegeneerd aan de
knoopjes van je blouse pruts, om je open
te leggen en me in je hoeken te nestelen,
nu mijn hoofd is opgeruimd en opgepoetst.


Nu ik jouw zoete bes in een witte jas met
mijn lippen streel om de tijd op mezelf te
veroveren en te proeven van de speelse
lijnen die ik op dit blad in scène zet.


Nu ik dichter kan zijn en wat er in me huist
onbeschreven kan laten, ik de kunst van jouw
lichaam versta, een surrealistisch schilderij in
een strak kader met bladgoud omlegd dat we
weldra zullen veilen aan onszelf.


En als we dan samen vallen van het haakje
aan de muur en ik mijn richting verlies
en over je zal zweven, kan ik me dan
neerleggen in de gouden schaal van
jouw handen en op je rekenen?


#Henri A.

() Bohemien


Ik ben niet
genoeg bezeten
van mezelf,
er is meer
dan ik kan
dragen.


Weet je,
dat is niet erg,
niet alle sterren
vragen om hen
op te rapen.


Jouw vermogen
om meer te
zijn dan
jezelf,
dan de liefde
op sacrale
dagen.


Er is niets
belangrijker
dan mens
en mensenliefde,
ik ben de bohemien
van de
herwonnen
harten.


#Henri A.

() Het is al stevig dag in de lucht


Het is al stevig dag in de lucht
Wanneer ik wakker word
De kamer van hout
Goed gevuld met strepen
Zon
Met dieren op de muren
Die zich niet laten vangen
En ook niet tegen me spreken.


Ik kruip diep met mijn hoofd
In de aarde
En herhaal alle woorden
Die gisteren werden uitgesproken
En ook degenen die binnensmonds bleven.


Ik verleg grenzen van heuvels en duinen
Word overspoeld door de zee
Die me meeneemt naar getijden
Heen en weer
Weer en heen
Zodat alleen het zout achter blijft.


En zo ontstond ik opnieuw
Naast jou
En wat gestorven was
Begon opnieuw te sterven
Tot nieuw leven.


#Henri A.

() De grote en de kleine beer

In de spelonken
van jouw mond
wellen woorden
naar de sterren
van de grote en
de kleine beer
op het zwarte
nachtplafond.


En wat later
rust je tong
tussen je lippen
- oevers van een
woordeloze rivier -
van het kussen
van mijn mond.


Je pupillen dobberen na
in het goudbruin
van je ogen
als een fikkering van
sterren van zon op water.
Geen beer - groot of klein -
kan hier onbewogen
bij blijven.


#Henri A.

() Mijn Aarschot (gezien vanuit de Demerbeemden)


Ik kon het landschap moeilijk tot mij nemen
deze mooie, glooiende beemden
omdat ik wist wat er achter het landschap leeft
achter de bomenrij en achter de Demer
of nog net even verder
tot aan de volgende bomenrij.


Want daar was niets nieuws
dat me verwondering kon geven
daar ken ik de straten met hun huizen
de winkels en bijna alle cafés
(ik ben er al in vele geweest)
en ook de mensen die er leven
kleuren dit landschap tot mijn deel.


Achter die bomen en die beek
daar ligt mijn verleden
vijfenveertigtal jaren gebeurtenissen als
plaveien leven
hebben zich in mijn hoofd genesteld.


En daarom kan ik dit landschap niet verlaten
en niet tot me nemen
zoals een kind dat uitkijkt naar Sinterklaas
en jaar na jaar opnieuw
de angst om het kinderhart slaat
tot de waarheid wordt verteld.


Ik kan het landschap weer tot mij nemen
deze mooie, glooiende beemden
omdat ik weet wat er zich achter het landschap balt
zodat het landschap met mezelf en jou samenvalt.


#Henri A.

() Maar bovenal is het mijn moeder (voor moederdag)


Op gedichtendag schrijven we gedichten
op moederdag eren we moeders
op vrouwendag aanbidden we vrouwen
en op winterse dagen
redden we de daklozen van de straat.


In 2018 herdenken we de grote
oorlog die nooit heeft opgehouden
te bestaan en in een veelvoud
van honderd jaren
de wereld rond reist
sinds de mens ontgroeid
is van de aap.


En op alle even en oneven
dagen van het leven
halen we het beste uit kranten
en tv-programma's naar boven
zoeken we vrienden die
soep voor ons maken
want dat verzacht de
naar ons loerende dood.


We zoeken schoonheid
in zelfgemaakte verhalen
en klampen ons vast
aan binnensmondse woorden
hebben gedichten
moeders, vrouwen, daklozen
en oorlogen nodig
voor onze eigen dagelijkse troost.


#Henri A.

() Na zichzelf te hebben omlijnd met een wit krijt


Na zichzelf te hebben omlijnd
Met een wit krijt
Herrijst hij zich
Stap voor stap
Schoorvoetend
Van kop tot teen.


Uit het onverwachte niets
Zonder mond
Zonder tong
Zonder lippen
Zonder woorden
Was hij door haar gebroken.


Maar dan steekt hij
Traag zijn nek uit
Zoekt schuchter haar ogen
en zwaait met alle armen
Die hij heeft
Het stof van het verleden.


En dan breekt
Zijn borstkas in twee
Slikt haar in
Met alle woorden
die hij nog heeft
Opent de ogen
En weet pas dan
dat het geen droom meer is.


#Henri A.

() Nog slechts 1 dag


Vandaag gaat alles trager,
zelfs de regen heeft zich
tot fijn poederstof
verneveld
- schoorvoetend
uit de hemel dalend -


Ook het ontbijt gaat trager
dan op andere dagen,
werkt zich met mondjesmaat
door mijn keel,
de broodkruimels pruttelen tegen,
de koffie blijft langer gloeiend heet.


Mijn ogen zijn lomer dan de
nacht tevoren,
strijden hopeloos tegen het strijkende licht,
de zondagskrant laat zich
niet lezen,
slaat zijn eigen letters dicht.


Deze dag laat zich niet graag
bewegen, zoekt onbewogen zijn
weg door het etmaal,
door onze liefde die me uithongert,
weet ik niet of ik de lunch
nog wel haal.


Al je woorden die me dragen
draag ik in me mee
voeden alle minuten van verlangen
van nog 1 dag
en dan
leg ik me naast je neer.


#Henri A

() De sultan van de harem van de vrouwen die jij allemaal bent


Ooit was ik een eenzame wolf
op een wolk, kijkend naar beneden,
naar de kleverige vloer waar ik laatst nog op stond,
lag er een voodoopop
waar de duivel in hoont.


Een leven of 3 geleden
heb je zes talen verwekt,
(de liefde is taal nummer zeven)
zwom je door een zee
en een oceaan
tot aan de aardbeving
en als de as was gaan liggen
is Atlantis ingestort
en kon je me
ontdekken.


“Waar was je”
“Hier maar je wist het nog niet”
“Wat was ik aan het denken”
“Ik zweeg tot het moment er was”
“Kan je me dan nu bedoelen?”
“Op de plaats en de tijd die nooit nog te bewijzen valt
voel ik me nu een wolf in een roedel”


#Henri A.

() Rijpend fruit


We dekken de tafels op
We sommelieren de dagen
In een bocht door het hart
Om onze woorden uit te dragen
In gewichtloosheid, in verzengende zinnen
In letters en gebaren
Zomaar weg uit het hoofd.


Hangend om geplukt te worden
Als druiven
In de juiste volgorde
Het bloeiseizoen openprikken
Want de tijd is blozend rijp


#Henri A.

() Als ik niet meer van je zal houden


Als ik niet meer van je zal houden
is het
omdat ik vergeten zal zijn
hoe het was,


hoe het was om uit de hemel
neer te dalen
en je te toe te dekken
met een wit laken.


Als ik niet meer van je zal houden
is het
omdat ik niet meer weet
waar je bent,
waar je bent heen gegaan
nadat jouw
ziel mijn lichaam
heeft verlaten.


Als ik niet meer van je zal houden
is het
omdat de liefde heeft besloten
om op te houden om
te bestaan.


#Henri A.

() Van het opstaan tot het slapen gaan


- De ochtend - Je lichaam, de staat van bevinding, wanneer je de slaap achter je laat tijdens het ontwaken in de ochtendvroegte, tijdens het koele uur dat de zon nog maar flauw lichtrood straalt, over je bleke ontwaakgelaat, je donkere haren die nog donkerder lijken. Tijdens dit vroege moment dat het nietsdoen je meeneemt, lijkt het alsof je zweeft, naakt, onder de witte gewaden die je beschermden tegen de nacht, als een jonge arend, gevleugeld de dag tegemoet.

- De dag -  Er wacht niet veel. Het schrijven, vertalen, plannen, studeren, lezen van boeken en het begrijpen van vreemde woorden wordt even vergeten, het is de overgave aan de leegte die deze dag zijn bestemming geeft, het zinvolle niets doen waarmee je wordt gevuld, doortrokken van het licht dat zijn felle kleuren terug vindt wanneer de uren voorbij glijden. En tegen de middag, wanneer de zon haar hoogste tonen speelt, zoek je naar de spelonken van de schaduw, van de slanke cipressen die naar je wuiven, in een straat die je leidt naar het doorzichtig blauw van de Griekse zee, waar je als een Godin baadt in een roes van geluk die niets om handen heeft, je toestroomt als golven die nergens ontstaan en je meevoeren.

- De avond - En ’s avonds is er een parade in je bloedbanen die je omarmen met het soort van warmte, die je door de straten leiden, hoe ze naar je kijken, niet weten wat gedaan met je verschijning, koop je aan het kleurrijkste kraam de fijnste geuren van lavendel en jasmijn, geef je je over aan champagne en wijn, het doet je verder zwerven tot aan de zwoele avondlucht die je dronken maakt van je onbeschreven geluk, tot aan de schemerzone.

- De nacht - Dat heerlijke nietsdoen, dat slenteren door de tijd, op je hoofdkussen gelegd, de zachte geuren die je naar de nacht begeleiden, om in rust al zwevend slapen te gaan, de gloed op je huid, de laatste woorden die aan je kleven die vandaag niet uitgebroed zijn, omdat ze enkel belangrijk zijn om over je te waken. En je spreidt je als twee zachte vleugels onder het briesende laken in de duisternis, je voelt hoe je hart tot in je keel klopt, met een genot waarmee je je vanochtend aan het ochtendlicht had overgegeven: deze verrukkelijke dag sluit zich tegen je lichaam aan zoals de bleke harmonicablaadjes van een wilde orchidee.

#Henri A.

() En daarna roken wij Cubaanse sigaren


Ik strijk het licht
door je haren.
Mijn handen de horizon
van je gezicht.
Je geeft je over aan
mijn ebbevloedgebaren.
Achter onze vloedlijn gaapt
het grote niets.


Jij loopt over,
ik spoel aan,
van het wassende water,
na drie orkanen.


En daarna,
roken wij Cubaanse sigaren.


#Henri A.

() Ode aan de vrienden


Met een startschot
tussen hoofd en tenen
schiet ik me
in een nieuwe dag.
Jouw waan heb ik
meer bemind dan
het leven,
maar het ontwaken vertelt
me dat het verdriet nu
is heengegaan.


Ik ben goed op weg
om een atleet te worden,
met een glimlach in de ogen
die nooit meer zal verdwalen,
en wij, al mijn lieve vrienden,
wij vallen dan terug samen,


tot een eeuwigdurende regie,
want als ik niet zo van jullie zou genieten,
schreef ik nooit nog een woord poëzie.


#Henri A.

() Parijs


Als het waar is
dat door grote dromen
het zwaarste verlangen
wordt gebracht
dan zal ik dromen
iedere nacht.


Dan zullen de bliksems
in onze zielen slaan
worden we weggerukt
van dit aards bestaan
en drijven we ieder verder
losgeslagen van onze vormen.


We knechten ons door de nachten
nacht na nacht na nacht
en staren ons naar het leven
dat zich afspeelt onder ons
daar - ver weg -  beneden


tot ik ontwaak van de reis -


het is alsof ik dood ben dan
nu je me alleen achter laat
in de lege straten van Parijs.


#Henri A.

() Grijze stenen die wachten op regen


Ik ben vandaag met pijn opgestaan
en heb mezelf van de straat gehaald,
geschrapt uit het register van overlevenden,
het plein heeft me omver gelopen en ik ben
tussen de spleten van de kasseien verdwenen,
heb er gewacht op een nieuwe vlaag regen.


Ik heb er tegen de insecten gepraat die me
aanstaarden met grote ogen niet goed wetende
wat ze moesten aanvangen met dat grote monster,
met al de wormen die uit de openingen van
mijn hoofd dropen en traag over de straatstenen
kropen ook wachtend op een nieuwe vlaag regen.


Ik heb mezelf vervolgens in stukken gelegd, als
een glazen blok ben ik neergegaan en heb me dan
terug bij elkaar gespaard als een puzzel van duizend
stukken met bovenaan de blauwe lucht en onderaan
het zoete gras, allen gevangen tussen vier hoeken.


En ik zocht naar de plattegrond van ons, ik ben
er al honderd keer overgelopen, met mijn hoofd
en met vuile schoenen aan, maar ik vind geen
uitgang in deze verlaten stad, enkel grijze stenen
die wachten op regen en het traag spoelen van
opgeklopte hersenen in eigen nat.


En ik dacht terug aan toen ik zestien was, en twintig,
en drieëndertig, en vijfenveertig,
en ook aan al de jaren er tussen in,
en ook aan de laatste dagen en aan alle verjaardagen,
toen mijn hoofd nog kleiner was en ik nog graag
met insecten speelde, ik vroeg aan vogels of ik met
ze mee mocht vliegen naar het zuiden om naar de
zonsondergang te kijken en de winters buitenshuis
te houden voor alle avonden dat ik alleen was.


Maar nu hameren de kasseien tegen mijn hoofd, ik lig
er tussen uitgestrooid van kop tot teen en al wat
er tussenin zit ben ik ergens verloren aan de
straatstenen en morgenvroeg wanneer de stad
zich terug tot leven trekt wandelen alle forenzen
over me heen en niemand die me nog zal horen wenen.


#Henri A.

() Fietsverdriet (Column)


Ik werd plots zeer stil toen ik je me tegemoet zag fietsen, daarstraks. Mijn wijsvinger ging spontaan in de hoogte en wees onwetend naar de schuchtere twijfel in je ogen. En dat was het dan, als een druppel die voorbij gleed, tussen mijn twee handen door, geklemd rond het stuur. Ik verborg mijn gedachten in de luwte van de auto en slalomde tussen fietsende schoolkinderen plots verder naar nergens. 

Hoe lang is het nu geleden dat we elkaar in de afgrond hebben gekust? Dat je me wiste en we dachten dat daarmee het leven verder zijn gang zou gaan? Het lijkt wel een eeuwigheid plus drie dagen. Al die tijd zat in die ene druppel samen, daarstraks. 

We hebben ooit veel gezegd tegen elkaar. Maar nooit in de blessuretijd. Dan werden wonden gelikt, schrammen geheeld tegen het zweren en woorden ingeslikt. Dan waren we tegenstrevers die mekaar nog meer wantrouwden, en speelden we in onze eigen reeks. Ieder zijn champions league. Topsport van transfers en achterbakse tackles. Zonder overwinnaar. De beker tot op de bodem leeg.

Je koos voor een andere ploeg. Ik vat post op de bank, naast de zijlijn. Daar waar ik vroeger graag naar je keek en wachtte tot ik terug mocht invallen. Het rugnummer steeds terug opgepoetst. Maar ach, eigenlijk, voetbal heeft me nooit iets gezegd. Ik heb het spelletje afgezworen, opgestaan en de bank opgeplooid. Daarstraks, op de fiets, vond ik je veel eleganter. Als een prinses. Je haren in de wind, de benen ingevet. De koningin van de weg. Almaar verder weg. Al waren alle jaren daarnet. 

#Henri A.

() Mis me niet


Mis me niet
mis enkel de wijn die
de roes vooraf gaat
als we samen dronken
in het zweet baden.


Mis me niet
mis enkel het zachte beminnen
wanneer ik me los maak
en je slaapkamer verlaat.


Mis me niet
er is geen beginnen aan
mis enkel de tranen die
ik bij je achter laat.


#Henri A.

() Van op mijn bankje gezeten zag ik een gezin wandelen door de sneeuw


Een gezin wandelt sporen in de sneeuw
stapt stilzwijgend door elkaars leven
wolkjes woorden vullen de lege monden
er hangt een onwetendheid die liefde
heet om hen heen.


De kaken blozen van de koude
de lippen kleuren lichtjes paars
vier harten die samen kloppen als de
vier galopperende poten van één paard.


Ik voel de rivieren op mijn kaken
proef de bitterheid in mijn mond
vlokken dwarrelen in mijn ogen
watervallen slaan als lawines
te pletter op de witte grond.


#Henri A.

() Kanker


Soms vind ik mijn woorden niet
en denk ik: “ik ben ziek,
de kanker heeft me eindelijk te pakken”.
Maar dat is het natuurlijk niet.


Maar ik verbeeld het me graag,
hoe ik uiteindelijk zal gaan
want dat geeft me dan een reden om te huilen
want andere redenen zijn er niet.


Ik zou graag een laatste brief schrijven
aan al mijn geliefden, om hen uit te leggen
waarom ik hen heb liefgehad.
Of waarom net niet.


Om te beschrijven wie ik allemaal
heb gekust en waar ik overal heb gedoold,
welke straten en bruggen ik heb opgeblazen,
maar ik doe het niet.


Een huis waarin men ziek is
noemt men een ziekenhuis.
En door de kanker die er in huist
vind ik voor jou mijn juiste woorden niet.


#Henri A.

() 三十六 (a.k.a. de gulzige chinees)


Ik zou jou willen verorberen
zoals nummer 36 van de chinees:
gefrituurde zoetzure borsten
met currylippen van zacht kippenvlees.


Over 10 minuten ga ik jou afhalen
serveer je met een glaasje chi-wijn,
laat je als kroepoek voorzichtig kraken
en pel je zachtjes als wilde rijst.


Ik verslind je met mijn haaienvinnen
streel mijn stokjes door jouw wok
en als nagerecht zal ik jou beminnen
met een grote gulzige slok
(Baijiu)
om tot slot te beginnen
aan het schoonlikken van het lege bord.


#Henri A.

() One night stand comedy


Boven tafel lagen onze handen in elkaar
en onder tafel voerden onze benen
een verborgen paringsdans
die we zelf nog niet hadden begrepen.


We dronken sloten leeg
en trokken de dood uit onze lijven
tussen de vier muren van het café
tot we de muren waren vergeten
en wat ik me nog herinner is dat je
vroeg of ik voor altijd bij jou zou blijven.


Later op de nacht, toen ik je thuis bracht,
plantte ik mijn tanden in het gulle vlees
aan de binnenkant van je dij
en je slaakte een kreetje
kraste woorden van afscheid
diep in mijn bezwete rug.


Maar ik moest weer naar beneden,
naar het gelijkvloers,
daar waar we met mekaar
de vloer aanvegen
en het leven wordt toegedekt.
Nooit zagen we elkaar nog terug,
ik had het je nog zo gezegd.


#Henri A.

() Hondenweer

Gijmelsesteenweg
Liep over de baan
Zeer bang
Is het niet gewoon om een les over zich te krijgen
Politie gebeld
Gewond aan achterpoten?
Geen chip
Politie heeft hem mee
Er loopt nog een zwarte hond los
Die hebben we niet kunnen vangen


#Henri A.

() De week in zwart/wit


Maandag in zwart/wit

Maandag, dat is
het weekend leeg tot op de bodem, 
Maandag, dat is
een sputterende dieselmotor,
Maandag, dat is
alles wat was weer even vergeten.
Maandag, dat is
de kraag omhoog
en ramen en deuren terug gesloten.
Maandag in zwart/wit, dat is
de wekker op half zeven.


Dinsdag in zwart/wit

Dinsdag, dat is
als een teen in koud water,
Dinsdag, dat is
de eenzaamste aller dagen,
Dinsdag, dat is
de warmwaterkruik aan verkleumde voeten,
Dinsdag, dat is
niet willen,
maar wel moeten,
Dinsdag in zwart/wit, dat is
de melancholie van het verlangen.


Woensdag in zwart/wit

Woensdag, dat is
de week in het spagaat,
Woensdag, dat is
de dag tussen droom en daad,
Woensdag, dat is
het heiligdom van parttime moeders,
Woensdag, dat is
twee helften die
afscheid en voorbaat
in zich dragen,
Woensdag in zwart/wit, dat is
een schuchtere blik op de toekomst.


Donderdag in zwart/wit

Donderdag, dat is
de jongvolwassene van de week,
Donderdag, dat is 
de baard in de keel,
Donderdag, dat is
de opwarming voor de wedstrijd,
Donderdag, dat is
de slapeloze nacht
voor de schoolreis,
Donderdag in zwart/wit,
dat is rokerige jazz in oude tijden.


Vrijdag in zwart/wit

Vrijdag, dat is
de trap nemen naar de springplank,
Vrijdag, dat is
armen en benen los schudden
en de borst alvast nat maken,
Vrijdag, dat is 
de laatste dag schoolslag
vol banaliteit,
Vrijdag, in zwart/wit,
dat is nog even wachten 
om te zwemmen
in een zee van tijd.


Zaterdag in zwart/wit

Zaterdag, dat is
de dag van de ongerijmdheid,
Zaterdag, dat is
de dichtste benadering van vrijheid,
Zaterdag, dat is
de kleine vakantie van de week,
Zaterdag, dat is
de ruiker bloemen
aan de meet,
Zaterdag in zwart/wit.
dat is de volheid van het leven.


Zondag in zwart/wit

Zondag, dat is
geen dag,
Zondag, dat is
jezelf overgeven aan
één langgerekte roes,
Zondag, dat is 
een stuiptrekking
in schapenvacht,
Zondag, in zwart/wit
dat is de wederkerende strijd 
tegen de sundayblues.


#Henri A.

() De stalkster - #metoo


Ooit werd ik gestalkt. Een aparte ervaring. Alsof iemand mijn whereabouts trouw invulde en netjes klasseerde. Op datum of per noodkreet, daar ben ik nog niet uit. Steeds ging het via de postbus. Dan weer analoog, dan weer digitaal. Maar de boodschapper miste elke regelmaat, er viel geen rechte voor mee te trekken. Boerenbedrog voorwaar. Volgens mij was zij (of is het een hij?) het noorden kwijt, losgerukt van de zwaartekracht. Een ongeleid projectiel in de taal, woorden als bidprentjes, smeekbedes aan een hogere macht.
.
Spannend was het wel. Maar ook vervelend. Vooral dat. Steeds die bedelbrieven zonder afzender, een pen gedrenkt in radeloosheid zonder gezicht. En ook de meest waanzinnige geschenken. Ook dat. Zoals aalmoezen van tule, zijde en parelmoer satijn. Beugelloze stijl, zonder inhoud weliswaar. Cadeaus als welgemikte valentijnskogels.
.
Ik ging vrouwen er anders door bekijken. Gecodeerd, de ziel verscholen achter de firewall. Spiedend van achter het gordijn, wie er naar me kijkt. Hopelijk zal ze ooit van me genezen. Ze is mijn fantoompijn. Het is er niet, maar overal tegelijkertijd. Maar goed, met kanker leer je ten slotte ook leven.
.
Henri A.

() My funny valentine

My funny valentine
Sweet comic valentine
You make me smile with my heart
Your looks are laughable
Unphotographable
Yet youre my favourite work of art

.
Chet Baker


() Uitgeperst
.
Vers groen
versgeperst groen
uit de ochtenddauw.
.
In het rond
al mijn spullen
op de grond
omarmd door
ochtendblauw.
.
Niemand weet waar ik ben.
Ik ook niet.
Ook ik weet niet
waarheen of
waar ik blijf.
.
Maar jij, alsjeblief,
jij, blijf bij mij,
al was het maar vannacht.
.
Henri A
.


() Tekstballon
.
Ik wil jouw lichaam
over me spoelen en
proeven van je nat.
.
Je licht je vinger en
schrijft een woord
in de wolken tussen je benen.
.
Je proeft de regen
die uit je valt en uit mij
komt geregend.
.
Niemand weet dat jij bestaat
in dit eindeloze leven.
.
Henri A.




() De wereld weer instort

Als de kamer is gevuld
met van elk één stuk
is elke streling
een grotesk gebaar
wegen jouw haren op
mijn wang zwaarder
klinkt het in -en
uitademen almaar trager.
.
De vloer wordt
een kabbelend water
de muren een
krijtlijnen behang
boven ons
een glazen plafond
om naar de sterren
te kunnen staren.
.
Tot dat jij de kamer verlaat
de wereld weer volop praat
en instort.

Henri A.

() Zou er echt een man bestaan die elke avond twee uren naar de sterren kijkt?



Het is ochtend. Dat is het elke ochtend opnieuw. Ik leun met mijn voorhoofd tegen het raam en het raam drukt mijn neus plat. Ik sta licht gebogen, zoals een jong meisje zich naar voren buigt wanneer ze op pasafstand van een jongen staat en het bovenlichaam naar voren buigt, armen op de rug, de lippen getuit en de jongen een vluchtige kus geeft. Het is een kus die weinig innigheid in zich draagt. Dat kan ook niet anders als je je zo wankel opstelt, als je al je kwetsbaarheid in de schaal legt voor een kus. Zo sta ik daar dus, ook naar voren gebogen en mijn voorhoofd kust het raam. Het raam is koud en de koude trekt boven mijn ogen in me. Mijn adem plakt cirkels die komen en gaan. Bij het uitademen druk ik een stempel van waas op het glas, een kleine cirkel ter hoogte van mijn mond en tijdens het inademen lost de cirkel op, als vanzelf. De cirkels komen en gaan op het ritme van mijn ademhaling. 

Ik kijk over twee grote daken heen, mijn blik botst op een bomenrij links en een beboste heuvel rechts, met daartussen in twee slierten van lichten. Witte lichten links en rode lichten rechts die zich rakelings langs elkaar in tegenovergestelde richting traag voort bewegen. Het is acht uur en het schemert. De ochtendspits heeft zich al een tijdje geleden in beweging gezet. En boven dit alles, in de verte, rakelings boven de verste heuvel die de horizon aflijnt, lost het schemerblauw traag in de zon op. Dit vind ik het mooiste moment van de dag en dan is de dag nog niet echt begonnen. Het is soms frustrerend om met het hoogtepunt te beginnen en dit als eerste achter te moeten laten als je weet dat al de rest waar je nog door moet nog moet komen.

Ik vind het banaal hoe ik hier sta. De voorovergebogen pose. Ook al draagt het iets poëtisch in zich, comfortabel staan is het niet. En toch blijf ik minutenlang cirkels plakken met mijn ogen op de hemel gericht. Ik vraag me dikwijls af of dat mensen die hun handelingen zo mooi poëtisch kunnen beschrijven, die handelingen ook daadwerkelijk uitvoeren. Dat al die niet alledaagse menselijke handelingen die voor schoonheid staan en die we regelmatig in films of in verhalen uitvergroot te zien krijgen, in de dagelijkse banaliteit ook een bestaan kennen dat langer duurt dan een vluchtigheid. Ik moet toegeven dat ik erg kan genieten van de idee aan niet alledaagse menselijke handelingen die de vluchtigheid overschrijden en voor schoonheid staan. Van de idee. Maar doen? Ik las eens in een boek over een man die twee uur naar de sterren aan het kijken was. En dat deed hij bijna elke avond opnieuw, vanop zijn terras of vanachter zijn raam. Twee volle uren. Ik vind dat een mooi beeld. Een beeld dat rust in zich draagt. Maar dan vraag ik me af, wie kijkt er in godsnaam twee volle uren onafgebroken naar de sterren? Hoeveel mensen hebben er ooit al twee uren onafgebroken naar de sterren gekeken? En, dit is mijn grootste punt, wie heeft er de zelfdiscipline om twee uur aan een stuk naar de sterren te kijken? En dit dan nog elke avond.

Ik kijk veel naar de sterren. Ik ben me erg bewust dat de sterren er zijn of er net niet zijn als het bewolkt is. En als ze er zijn, kijk ik naar de sterren. Maar nooit twee uren aan een stuk. Behalve diep in de nacht, wanneer ik niets om handen heb en dan ergens zo afgelegen ben, zo ver weg van mijn dagelijks bestaan, zodat de sterren uit het zwart bijna letterlijk op me donderen. En dat is bijna nooit. Enkel dan waag ik me aan twee uren sterren kijken. Zou er echt een man bestaan die elke avond twee uren naar de sterren kijkt? Of geloven we graag dat er een man bestaat die elke avond twee uren naar de sterren kijkt omdat deze man onze eigen vluchtige blik op de sterren zoveel poëtischer maakt? Bestaat er een vrouw die op het strand staat en twee uren naar de zee kijkt en het ganse verleden dat ze in zich draagt over de golven laat meedrijven tot aan de horizon? We geloven graag in die man en in die vrouw.

De zon heeft de nacht overwonnen en het is nu klaar buiten. Het duurt alles bij mekaar nog geen vijftien minuten. Auto's doven een na een hun lichten terwijl ze ongestoord de sliert blijven voeden met almaar nieuwe schakels. Ik maak me los van het venster en wat achterblijft is een vlek waar daarnet mijn voorhoofd plakte.

Henri A. 

() Verjaardag


Het is je verjaardag vandaag
en ik ben je verjaardag weer vergeten
maar ook weer niet
 

want eigenlijk verjaar jij
elke dag in mij.

Henri A.

() Zonder titel


Nu al dagen, weken zit ik in het park
steeds op datzelfde bankje
voer ik de eenden
breek ik brood als gedachten
 

Boven mij drijf ik
als een eenzame wolk
over de besneeuwde velden
steeds tot aan het huis waar je woont.

De zon speelt een sluw spelletje
met mijn huid
brandt de lente in
een hoofd vol verlangen.

De prozac doet me staren
star staren voor me uit
naar onbeschreven dagen
die erg traag aanzetten.

Een moeder vraagt of
ik zelfmoord wil plegen 
de grond die moeder is
is onvruchtbaar gebleken.

En ook geen vader
die een spijker slaat
tussen het bot van mijn ribben
kan me open breken.

Ik leg de helft van
wie ik ben in jouw handen
de andere helft in
het dodenhuis om te sterven.

Henri A.

 

() Everybody Lies


In een pikzwarte nacht word ik dronken
de rode wijn in mijn hoofd bedrinkt zich vrolijk
helpt me om mijn nachtrust te begraven
diep in de nacht worden alle kleuren anders.
 

Ik lig in een niemandsland in niemands bed
waar dag en nacht elkaar bezetten
de gedachten liggen te rotten op het front
de eenzaamheid naar de afgrond holt.
 

Wat houdt me nog bezig
moet ik me afvragen hoe het met me gaat
het enige dat me de komende uren gijzelt
is hoe ik in de ochtend zal aankomen.


De stilte hangt in de lamp
enkel de nachtuilen galmen er doorheen
gehuld in hun oude kleren bij kaarslicht
roepen zij hun wijsheden uit het donkere bos.

Ik kan nog zoveel boeken lezen
en jij, jij kan nog zoveel talen spreken
zo lang ik mezelf maar wijs maak dat ik dichter ben
zo veel verder ben ik van je heen.

Achter deze gevel ligt het leven stil
zit ik op de hoek aan de rand van de stad
het in- en uitademen te tellen
drijvend op de stroomversnelling in de bloedbanen.


Alles is nu afscheid geworden
elke minuut, elke ademhaling is afscheid.
Weet je wat ik denk?
Achter elke gevel woont er een mens!
Zet morgen mijn schrijftafel in de zonnige velden
wanneer ik er niet meer ben.


Henri A.

() Troost