door mijn beschreven niemandsland
rek de tijd uit die me nog rest
om me daar met jou voort te zetten
De klaprozen applaudiseren
wanneer jij voorbij marcheert
Ga je te snel, wordt het banaal
ga je te traag, stuikt het ineen
Het heeft met dosering te maken
niet te weinig, niet te veel
De juiste passen, de juiste tred
dat kan je niet aanleren
Daar ben jij mee geboren
net zoals het rood van de klaprozen.
#HenriA
Ik kijk omhoog, naar de lucht
en wacht op een engel,
maar de engel valt niet,
slaat de vleugels niet
uit om bij me te zijn.
Het laatste dat me rest
- met mijn laatste zuchten
van adem, vanaf
het groene ochtendlicht
tot de maan me in vieren
deelt -
is het plukken van wolken,
kleine stukjes,
tot een groot luchtkasteel.
En daar sta ik dan,
als een opblaasbare ridder
verdedig ik het plagiaat
van jouw woorden, die
van op mijn schouder tegen
me spreken,
als ben ik onthoofd.
Ik wacht,
op een engel,
die me bewaart en
in me fluistert:
“Ik neem je mee, als je
in engelen gelooft”
#HenriA
Het botten van de bomen
is al een hele tijd verlopen
en nu ook de zomer taant
sluipt de herfst in de knoken.
Het lijf dat kraakt
van wind van regen
en flarden verleden
die tegen de hersenstam beuken.
Een spons van wolken
veegt ons in zwarte jassen
met schuilende hoofden
in opstaande kragen.
We korten in dagen
die guren en klammen
en meer grijs dan
licht in zich dragen.
We moeten wennen aan het weer
aan de tijd van het jaar
en aan al de jaren die
we samen verdonkeremaanden.
#HenriA
Wanneer je gehavend bent
en de klappen onzichtbaar vallen
adem dan traag tot de hoek
zich terug recht trekt.
Koop tijd die tijdloos is
en onderga het wolkengebroed
dat door de lege wachtkamer zwerkt
en je meeneemt naar later.
Later heeft nog geen kleur vandaag,
geen vlucht, geen gestrand,
geen gelaat.
Het onmogelijke dat zich openbaart
of toegedekt blijft doet het hart
immer overuren slaan.
#HenriA
Stil ben ik als fluister
traag zal ik weer
voor jou opstaan
zonder nodeloos geluid.
Stilte is ook de taal
van de vertrouwenspersoon
die het hart omarmt
en me beluistert.
Jouw adem veegt
de koude weg
en maakt de lucht
in mijn longen warm.
Ik denk aan bijna niets
maar wel een beetje
aan later.
Want om te stoppen
met vallen moeten
we de val achter ons laten.
#HenriA
Ik besta nog niet zo lang
de wereld is er al langer
denk ik
zoals toen we gecondoleerd
werden bij de start van de
21e eeuw
en we in mekaars ogen keken
op de vele verjaardagen die nog
zouden volgen
we werden een naam aan
de deurbel en een nummer in
een telefoonboek
geluk werd ons hoogste goed
en goed leven een levende
vanzelfsprekendheid
gek werden we verklaard toen wij
een verzopen generatie werden die
alle waardigheid had verloren
maar we vierden het leven alsof
niets ons kon deren, maar
ik hou niet van jubilea
want dan lijkt het allemaal niet
veel waard terwijl wij wel veel
beter weten.
#HenriA
De dagen zijn als
papieren bootjes
op stilstaand water.
Geen wind om
de zeilen bol te blazen,
geen golven om vaart te maken
alvorens het water
het bootje verzwaart
en voor altijd
onder de waterlijn bewaart.
#HenriA
Ik sterf 100 levens
dat waren er 99 te veel
na het kaf en het koren
zal er 1 terug keren.
Niet ik, niet zij, maar jij
zal sterven van ontbering
aan een te weinig
van te veel.
Geen enkel ik
zal nog 1 woord ontbloten
aan het silhouette
van jouw lijf.
#HenriA
Ik heb het even gehad met de wereldvrede,
laat me maar rustig op
het bankje aan het water
mijn eigen wereld bevaren.
De nevel over de Demer
het hamburgerrestaurant met dovende stemmen
bloeddorstige honden op de kade
de lantaarn in laaiende brand.
Een telefoon die oplicht elke zo veel minuten
met vragen en antwoorden digitaal
slechts een paar stappen verwijderd
van de kamers van mijn hart.
#HenriA
De stad staat plots
als een vreemde voor
het raam en kijkt mij aan.
Ik vang haar ogen, staar in
het hart van pleinen, kerken,
woonblokken, bruggen,
kantoren.
Lampen gaan aan, eerst
zacht, dan hard, om de
nacht te verjagen.
Achter elke gevel licht
even een leven op
tot het gaat slapen.
En ik sta achter het glas,
bevroren, zoals toen ik
een kind was en me diep
verstopte in een kast.
#HenriA
We zaten samen in een
overrompeling van woorden
en waren geloofwaardig naar
elkaar.
Dat deden we tot de zon
kwam boven drijven en toen
schampten alle wonden
weg.
De lucht klaarde,
ik kon weer ademen
en ook alle dorst was
gelest.
En vederlicht zwijmelde ik
verder, zonder nog om te
kijken naar de last die in me
zat.
#HenriA
Soms is het kil in het hoofd
zoals in deze hemelhoge kerk
die tot de wolken reikt.
Galmen mijn woorden tegen
de steunbogen en sterven
uit op een Mariabeeld.
Wat geeft troost op bange dagen
een lach, een schouder,
een knipoog van
een veel te stille God.
Niet elk lijf is altijd
een kathedraal,
een tempel of een bedevaartsoord
waar ik de dag overheen kan plooien.
#HenriA
De zwarte nacht kwam weer en ik had er plots niets meer op tegen dat mensen het soort van leven leiden waar je geen eind aan knoopt.
Dat heb ik je al meermaals meegegeven onder de blauwe hemel, mijn God, wat ben je mooi.
En ik smaak de grandeur van het leven dat me in een nucleaire openbaring benevelt, er is geen oorlog meer.
Ik zal de loopgraven verlaten, ik geef twee namen aan de dagen want er zijn maar twee soorten dagen meer.
De dagen waarop de verliezer wint en de dagen zonder meer waarop ik je toefluister dat houden van toch niet zo moeilijk hoeft te zijn.
#HenriA
Het is een dag die niet lukt
de nacht was te kort
de lucht te grijs
de gedachten te donker.
Ik ontwaakte tweedehands
en herkauwde de zon,
maakte plannen in de ochtend,
snoeide overhangende onrust.
Letters flikkerden
op een plasmawereld
en ik dacht aan jou,
how the time is now
en ik ben de ramblin man
die zijn weg zocht
door een dag die me niet
verkoelt maar verbrandt.
#HenriA
De bloemen staan op springen
het rusten heeft lang
genoeg geduurd
nu de zomer met haar grillen
de juiste woorden niet vindt
Ik ben al hun namen vergeten
alleen over de slaaproos heb ik gedroomd
nu ze sterft zonder water
en de wereld verkleurt tot rood
Zoals het zweet en de tranen
van het bloeien
en de woorden van water
die als stengels
mijn hoofd doorboren
tot een verslenste beddendood
Kan ik geen bloem meer zijn
nu de bloemen weten
dat ik het ben
die hen de namen zal geven
die enkel nog in dromen bestaan.
#HenriA
Tussen de bomen
Fluistert Bert Joris
Alle tonen die mijn
Toonladder aan kan.
Wij onder de bomen
Geliefden samen
Van de jazz
En van elkaar.
Wij hebben geen ritmes
En kwartsmaten nodig
Om de muziek
En elkaar te begrijpen.
Vriendschap vraagt geen
Grote woorden of halve noten
Om in een groot bos
Stil samen te zijn.
HenriA
() Is het
Woorden zijn ook
maar woorden.
Zo ook dit
onbestemd gedicht.
Het is ook maar.
En toch is
het alles
wat ik ben,
ook al 'is het'
dat dikwijls niet.
Ouders zouden hun
kinderen nooit
mogen overleven.
Ook dat hoort niet.
() Postuum
Als de dood je aankijkt
met half gesloten ogen
heb je nog zo veel te schrijven.
Of net niet.
Alle woorden krijgen
dan plots een ander gelaat,
zoals de mensen die er in wonen
of ze klinken net monotoon en banaal.
Hoe dan ook,
mijn woorden smaken naar verleden,
verleden van vervlogen tijden.
Na de dood
wordt men pas
een groot schrijver.
#HenriA
Wat zou ik zijn zonder pen? En zonder jou? Dan zou ik zonder woorden zijn, een lege mond met een tong die enkel nog schraapt naar vale klanken.
Ik zou alleen zijn met mijn angst,
met een lijf dat aftakelt van de blinde vlek die onder de huid kruipt
en me bij de keel grijpt.
Ik verzet bergen en gedachten, samen met jou, dat hebben wij altijd al gedaan sinds de lente, die nu in de zomer is overgegaan.
Maar het liefst zwijgen wij samen, tegen elkaar aan, met hartslagen die ons verleden verbinden. Met jou kan ik de toekomst aan.
#HenriA
De stad is te klein
Of te groot
Hoe je het maar bekijkt
Te klein voor grote dromen
Te groot voor kleine wensen
Te klein voor het passeren
Te groot voor het verteren
Te klein om in verloren te lopen
Te groot om de huid te stropen
Te klein om in te schuilen
Te groot om te verruilen
Te klein om vol te leven
Te groot om volledig te geven
De stad is te groot in zijn kleinheid
Te klein om groots te kunnen zijn
Hoe je het maar bekijkt
#HenriA
In gedachten tijdens
de nacht
De zonneregen
van de dag dooft
Jij naast mij al slaapt
Jouw adem stil in
mijn nek blaast
Ik mijn hoofd
schoon veeg
Van het zweet
van het leven
Van het stof
van het verleden
Mag alles gewoon
stoppen met draaien
Is er verder niets
meer uit te klaren
Val ik met
mezelf samen
tot een eindeloze
sereniteit
#HenriA
The vintage, friends, is over.
And here sweet wine makes,
once again,
sad eyes and hearts recover,
puts fire into every vein.
Drowns dull care
everywhere
and summons hope
out of despair (...)
France Prešeren
We turen uren naar de sterren
die als polkadots tegen de hemel plakken.
Een zwart gezicht vol sproeten
van licht verhult zich in een melkwitte nevel.
We scheren hoge toppen en af en toe tuimelt er een ster pardoes naar beneden.
Maar wensen hoeft niet meer want alles wat er te wensen valt, valt als een zacht deken over ons heen.
#HenriA
Op kousenvoeten en zonder kousen aan
glip ik in de schemer rond jouw nieuwe maan,
zoek ik naar een tweede adem.
Aan mijn lippen plakt de geur
van je vulva waar ik me aan verslikte,
in mijn hemd de afdruk van jouw tepel.
Mijn rug brandt uit van de muur die in
me schuurde toen ik je heupen op me wiegde
en je hoofd in je nek verdween.
Tussen mijn schouders gloeit jouw toegestoken
hand en de afdruk van je tanden als een stempel
die jouw lusten in me beet.
En ik sloop dichter naar je door de nacht als een dief
en stopte mijn hoofd ver weg voor je ontwakende
woorden want ik weet dat je me graag ziet.
#HenriA
Als er een onbewoond eiland
Zou bestaan
Zonder stormen
En demonen
Dan zou ik
Daar
Met jou
Kunnen wonen
Waar geen wolven
En geen verhalen zijn
Geen verledens
Enkel paradijsvogels
Waar dag en dauw
Zon en maan
Versmelten tot
Één tijdloze reis
Maar zo'n eiland
Bestaat niet
Ook niet in
Ons vermogen
Nu kloven
Bruggen
Woorden
Blikken in ogen
Verschroeid zijn
#HenriA